Daniel Albert Anne Weijs

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamDaniel Albert Anne
InitialenD.A.A.
AchternaamWeijs
GeslachtMan
Geboren26-09-1908 in Haarlem.
Overleden20-11-1944.
Plaats grafEngerhafe
Begrafenis op21-11-1944

Reden arrestatieverzet

 

Neuengamme

Aangekomen op16-10-1944
Vanaf plaatsSachsenhausen*
Kampnummer59450

Detentiegeschiedenis

Vught, tot 1944-09-05
Sachsenhausen, vanaf 1944-09-06vu tot 1944-10-16

Verblijf in welke kampen

Neuengamme
Engerhafe, Aurich-Engerhafe

Ingezonden verhalen over Daniel Albert Anne Weijs

Engerhafe, een dorpje in het noorden van Duitsland - 11-10-2017

De "Friesenwall"
Na de invasie van de geallieerden op 6 juni 1944 in Normandië gaf Adolf Hitler op 28 augustus 1944 bevel tot het bouwen van een versterkingswerk: de "Friesenwall", een verdedigingslinie die zich langs de kust moest uitstrekken van de noordelijke provincies van Nederland tot Denemarken. Achter de eerste linie, direct achter de kust, met schietbanen, schuttersputten en grendelstellingen, moest een tweede linie met loopgraven worden aangelegd. De stad Aurich werd tot vesting verklaard en moest bovendien met een antitankgracht worden beschermd.
Een antitankgracht was 4-5 meter breed, 2-3 meter diep, door de schuin aflopende wanden was de bodem slechts 50 cm. breed. De bouwleiding voor de grachten was in handen van de Organisation Todt. Omdat er aan het eind van de oorlog overal een tekort aan arbeiders was, liet men dit werk hoofdzakelijk uitvoeren door gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme, die in het tot buitenkamp verklaarde barakkenkamp in Engerhafe waren gehuisvest.

Leef- en werkomstandigheden
Het leven in het kamp was ondragelijk. De barakken waren overvol, de gevangenen sliepen dicht op elkaar in stapelbedden, met zijn tweeën of drieën in één bed. Ondanks de kou en de vochtigheid werden de ruimtes niet verwarmd. Voor alle gevangenen was er slechts één kleine, absoluut ontoereikende wasruimte. Scheren was onmogelijk, men kon alleen gezicht en handen oppervlakkig wassen. Er waren geen toiletten, alleen een balk met een kuil eronder. Door deze rampzalige hygiënische toestanden breidden ernstige infectieziektes (dysenterie) zich razendsnel uit onder de gevangenen.
Medische verzorging was er niet. De enige arts onder de gevangenen had medicijnen noch verbandmateriaal tot zijn beschikking. De situatie in de ziekenbarak was schrikbarend. De zieken lagen op de grond en in 3 etages boven elkaar op houten planken. Bijna iedereen had dysenterie. Omdat velen zo zwak waren dat ze zich niet meer konden bewegen, lagen ze in hun eigen uitwerpselen en bevuilden elkaar, de stank was ondragelijk. Alleen de ernstigste zieken werden opgenomen en een ieder wist dat dit zijn einde betekende.
De voeding was ontoereikend: afgezien van een armzalig ontbijt bestaand uit een stuk brood, ca. 20 gram margarine en een beetje jam en worst kregen de gevangenen alleen `s avonds een dunne soep.
De dag begon ´s morgens om 4 uur met opstaan. Na het ontbijt vond op de verzamelplaats een tel-appel plaats. Om 6.30 uur liepen de gevangenen in rijen van vijf man gearmd naar het 2 km verderop gelegen station in Georgsheil. Hiervandaan werden ze per trein naar Aurich gebracht. Daar begon de voetmars door het stadje tot aan hun werkplek. Hier moesten ze zonder pauze tot het donker werd werken aan de antitankgrachten. Als gereedschap hadden ze slechts compleet ongeschikte kolenscheppen tot hun beschikking. Het regende bijna altijd, ze stonden vaak tot aan hun knieën in het water. De volledig verzwakte gevangenen waren overgeleverd aan de willekeur van gewelddadige kapo's, die hen sloegen en tot werken dwongen tot ze erbij neervielen.

Lijden en sterven
Bij het invallen van het donker sleepten de gevangenen zich op hun klompen, streng bewaakt en voortgedreven door de kapo's, hoorbaar door de stad Aurich.
Degenen die tijdens het werk waren bezweken onder de onmenselijke belasting werden ´s avonds op een kar aan het einde van de ellendige optocht meegenomen naar Engerhafe en daar op de begraafplaats, gewikkeld in teerkarton, in een massagraf gegooid.

Vanaf 20 oktober t/m 22 december 1944 kwamen 188 mensen om het leven waarvan 47 Nederlanders. Ze werden op het kerkhof naast de kerk begraven door medegevangenen, zonder medewerking van de kerk en burgerlijke instanties. De eerste begrafenis was op 4 november.
De antitankgracht was eind december 1944 voltooid. Op 22 december werd het concentratiekamp Engerhafe opgeheven en de nog levenden gevangenen werden naar Neuengamme teruggebracht.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen