Jan Veldhoen

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamJan
InitialenJ.
AchternaamVeldhoen
GeslachtMan
Geboren31-05-1894 in Barendrecht.
Overleden28-01-1945 in Neuengamme.

Reden arrestatieverzet
Gearresteerd op06-06-1944
VerzetsgroepLO/Trouw

 

Neuengamme

Aangekomen op16-10-1944
Vanaf plaatsSachsenhausen
Kampnummer59365

Detentiegeschiedenis

Vught (blok 19), tot 1944-09-06
Sachsenhausen, vanaf 1944-09-06vu tot 1944-10-16

Geleden ziektes

Plaats: Hamburg-Neuengamme, Hausdeich 60
Periode: tot 1945-01-28
 In de bewaard gebleven dodenboeken van Neuengamme (de registratie van overleden gevangenen) staan verschillende ziekten waaraan gevangenen zijn gestorven: enteritis, tuberculose, dysenterie, hartfalen, enz. Dat is verhullend. De ware doodsoorzaak zijn vrijwel altijd de abominabele omstandigheden in het kamp geweest. Bovendien zijn de gegevens volledig onbetrouwbaar. Vaak werd er in de registratie maar wat opgeschreven. (Bron: Nederlanders in Neuengamme)

Verblijf in welke kampen

Neuengamme, hoofdkamp
Periode: 1945-01-28, tot deze datum, †

Literatuur

Het grote gebod1979

Ingezonden verhalen over Jan Veldhoen

Jan Veldhoen - 21-04-2017

Jan Veldhoen geboren op 31 mei 1894 te Barendrecht.
Koster van de Gereformeerde Bethelkerk te Barendrecht.
In de Tweede Wereldoorlog medewerker van N.S.F. en Trouw. Lid van de Barendrechtse L.O.-groep, die op 6 en 8 juni 1944 werd gearresteerd, als gevolg van het aanhouden van een onderduiker. Op 6 juni 1944 gevangengezet aan het ‘Haagsche Veer’, hoofkantoor van politie te Rotterdam.
Op 19 juni 1944 naar het concentratiekamp Vught gebracht, op 6 september 1944 -Dolle Dinsdag- naar het concentratiekamp Sachsenhausen in Oranienburg en half oktober 1944 doorgevoerd naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, waar hij op 28 januari 1945 is overleden. Zijn naam staat vermeld op het Verzetsmonument bij de Dorpskerk te Barendrecht. In het dorp is een straat naar hem vernoemd: Veldhoen-Akker.

Zij dochter Tine van der Gugten-Veldhoen vertelt in augustus 2002 over hem:

Jan Veldhoen onze vader, grootvader en overgrootvader werd geboren op 31 mei 1894 te Oost en West Barendrecht. Hij was het 5de kind in het gezin met 8 kinderen (5 dochters en 3 zoons) van Marius Veldhoen, arbeider, geboren 25 januari 1856 te Heerjansdam, overleden 15 december 1903 te Barendrecht
en Trijntje Vrijhof, geboren 27 februari 1861 te Oost en West Barendrecht,
overleden 8 februari 1933 te Barendrecht. Het gezin woonde aan de Middeldijk in Barendrecht.

Jan was 9 jaar, toen zijn vader overleed. Zijn jongste zusje was een half jaar oud. Hij ging naar de Groen van Prinstererschool aan de Voordijk in Barendrecht, waar ook alle 8 zijn kinderen en enkele kleinkinderen lager onderwijs ontvingen. Jan moest in de zomer veel verzuimen om te werken o.a. als koeienwachter. Hoewel hij een intelligente jongen was met een bijzonder goed geheugen, zette de hoofdonderwijzer hem een klas terug, toen hij een lange tijd niet op school geweest was. Hij had er geen zin meer in, zoals hij zelf vertelde. Een voorbeeld van z'n goede geheugen: hij leerde vrijwillig alle 88 verzen van de 119e psalm (oude berijming) uit het hoofd.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was Jan voor zijn nummer in militaire dienst. Het werd in ons land "mobilisatie" en zo bleef Jan gedurende 4½ jaar in militaire dienst. Hij was belijdend lid van de Gereformeerde Kerk in Barendrecht. Moeder vertelde wel eens, dat hij op zondag niet wilde reizen, dus bij een weekendverlof ging hij al zaterdagavond terug naar de kazerne. Hij was gelegerd in Zeeuws-Vlaanderen, dus kon hij op maandagochtend niet op tijd komen. Toen een commandant dat merkte, mocht hij op maandagmorgen later komen.

Na de oorlog, op 23 april 1920, trouwde hij met Cornelia Maaskant (geboren 26 juli 1890 te Rijsoord). Zij woonden in een nieuw huis van "Patrimonium" aan de 2e Barendrechtseweg, het tweede huis vanaf fa. Onnink.

Met z'n broer Arie pachtte hij een stuk land aan de 3e Barendrechtseweg in de polder tussen Middeldijk en Buitendijk. Toen het slecht ging in de landbouw, werkten zij in Rotterdam in de havens. In de crisisjaren rond 1930 werden ze ontslagen en konden als losse arbeiders komen werken, als er werk was; iedere dag gaan kijken en soms na een uur al weer terug. Het was spannend, ook voor moeder, want geen werk was geen inkomen. Van naar de steun gaan wilden ze niet horen. Het werk op het land ging wel door.

In november 1929 verhuisden we naar een eigen huis aan de 2e Barendrechtseweg B304, later 250. Het was een dubbel huis; tante Anna, moeders zuster, met oom Piet de Jong plus 10 kinderen in het ene huis en wij, nadat Wim en Cock geboren waren, met 8 kinderen in het andere. Dat waren dus 22 mensen met samen 6 slaapkamers.

Vader is toen koster geworden van de gereformeerde kerk op de hoek van de 2e Barendrechtseweg, de tegenwoordige Bethelkerk. Ook toen ging het werk op het land door. Maar nu waren er vaste inkomsten.

Al jong is vader ouderling geworden van de Gereformeerde Kerk. Hij ging ook wel eens "preeklezen" op Smidshoek, waar een kerkdienst in een school gehouden werd, maar waar geen eigen dominee was. Verder was hij lid van de Gereformeerde Mannenvereniging. Toen hij moeite kreeg met horen, omdat hij aan één oor doof was, is hij daarmee gestopt. Ook maakte hij deel uit van het bestuur van de AR-kiesvereniging, o.a. als penningmeester. Als lid van de "Bijzondere Vrijwillige Landstorm" deed hij mee aan schietoefeningen in een loods vlakbij de kerk.

Vader heeft in zijn leven enkele depressieve tijden doorgemaakt. Dit had ook met het geloof te maken. Twijfels over de uitverkiezing en zonden en of hij er wel bij hoorde.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak hebben we hem daarover niet meer gehoord. Moeder noemde het een zenuwinzinking, waar je gewoon een jaar voor moest rekenen. In de oorlog waren er andere gemeenschappelijke zorgen. Aan het verzet nam hij deel vanuit zijn geloof; hij moest het doen, zou je zeggen. Dat ons huis daarvoor gebruikt werd, had zijn volle instemming.
Mij blijft bij, dat hij in een gesprek jaren eerder aan tafel over oud worden zei: "Ik kan niet verder denken dan mijn 50ste jaar. Misschien komt het, omdat ik mijn vader ook niet ouder gekend heb".

Vader werd op 31 mei 1944 50 jaar en op 6 juni '44, nog geen week later, is hij gevangen genomen. Ook treffend is dat na de oorlog een medegevangene vertelde, dat hij met zijn eenvoudig geloof in het concentratiekamp anderen tot steun geweest is.

Moeder heeft vader altijd volkomen gesteund, in alles wat hij deed. Haar aanwezigheid, inbreng en steun moeten we niet onderschatten. Toen na de oorlog de maatschappelijk werkster van de Stichting '40/'45 aan haar vroeg, hoe het kwam, dat in haar gezin de zaken zo goed liepen, terwijl het elders met kinderen van oorlogsslachtoffers niet altijd goed ging, antwoordde ze, dat de zorg voor het gezin ook voor haar niet steeds makkelijk was geweest en dat het ook niet allemaal vanzelf was gegaan, maar dat ze het biddende had gedaan.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Jan Veldhoen - 21-04-2017

Data
*31 mei 1894, Barendrecht
†28 januari 1945, concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg

23 april 1920 gehuwd met Cornelia Maaskant
Het echtpaar kreeg 8 kinderen: 6 meisjes en 2 jongens

Koster Gereformeerde Kerk, Barendrecht

In de Tweede Wereldoorlog medewerker van N.S.F. en Trouw.
Lid van de Barendrechtse L.O.-groep, die op 6 en 8 juni 1944 werd gearresteerd, als gevolg van het aanhouden van een onderduiker.
Op 6 juni 1944 gevangengezet aan het ‘Haagsche Veer’, hoofkantoor van politie te Rotterdam.
Op 19 juni 1944 naar het concentratiekamp Vught gebracht,
op 6 september 1944 -Dolle Dinsdag- naar het concentratiekamp Sachsenhausen/Oraniënburg.
en half oktober 1944 naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg,
waar hij op 28 januari 1945 is overleden.
Zijn naam staat vermeld op het Verzetsmonument bij de Dorpskerk te Barendrecht.
In het dorp is een straat naar hem vernoemd: Veldhoen-Akker.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal door Paul van der Ent - 27-03-2018

Jan Veldhoen

Koster van de Gereformeerde Bethelkerk te Barendrecht.

In de Tweede Wereldoorlog medewerker van N.S.F. en Trouw. Lid van de Barendrechtse L.O.-groep, die op 6 en 8 juni 1944 werd gearresteerd, als gevolg van het aanhouden van een onderduiker. Op 6 juni 1944 gevangengezet aan het ‘Haagsche Veer’, hoofkantoor van politie te Rotterdam.
Op 19 juni 1944 naar het concentratiekamp Vught gebracht, op 6 september 1944 -Dolle Dinsdag- naar het concentratiekamp Sachsenhausen in Oranienburg en half oktober 1944 doorgevoerd naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, waar hij op 28 januari 1945 is overleden. Zijn naam staat vermeld op het Verzetsmonument bij de Dorpskerk te Barendrecht. In het dorp is een straat naar hem vernoemd: Veldhoen-Akker.

Zijn dochter Tine van der Gugten-Veldhoen vertelt in augustus 2002 over hem:

Jan Veldhoen onze vader, grootvader en overgrootvader werd geboren op 31 mei 1894 te Oost en West Barendrecht. Hij was het 5de kind in het gezin met 8 kinderen (5 dochters en 3 zoons) van Marius Veldhoen, arbeider, geboren 25 januari 1856 te Heerjansdam, overleden 15 december 1903 te Barendrecht
en Trijntje Vrijhof, geboren 27 februari 1861 te Oost en West Barendrecht, overleden 8 februari 1933 te Barendrecht. Het gezin woonde aan de Middeldijk in Barendrecht.

Jan was 9 jaar, toen zijn vader overleed. Zijn jongste zusje was een half jaar oud. Hij ging naar de Groen van Prinstererschool aan de Voordijk in Barendrecht, waar ook alle 8 zijn kinderen en enkele kleinkinderen lager onderwijs ontvingen. Jan moest in de zomer veel verzuimen om te werken o.a. als koeienwachter. Hoewel hij een intelligente jongen was met een bijzonder goed geheugen, zette de hoofdonderwijzer hem een klas terug, toen hij een lange tijd niet op school geweest was. Hij had er geen zin meer in, zoals hij zelf vertelde. Een voorbeeld van z'n goede geheugen: hij leerde vrijwillig alle 88 verzen van de 119e psalm (oude berijming) uit het hoofd.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was Jan voor zijn nummer in militaire dienst. Het werd in ons land "mobilisatie" en zo bleef Jan gedurende 4½ jaar in militaire dienst. Hij was belijdend lid van de Gereformeerde Kerk in Barendrecht. Moeder vertelde wel eens, dat hij op zondag niet wilde reizen, dus bij een weekendverlof ging hij al zaterdagavond terug naar de kazerne. Hij was gelegerd in Zeeuws-Vlaanderen, dus kon hij op maandagochtend niet op tijd komen. Toen een commandant dat merkte, mocht hij op maandagmorgen later komen.

Na de oorlog, op 23 april 1920, trouwde hij met Cornelia Maaskant (geboren 26 juli 1890 te Rijsoord). Zij woonden in een nieuw huis van "Patrimonium" aan de 2e Barendrechtseweg, het tweede huis vanaf fa. Onnink.

Met z'n broer Arie pachtte hij een stuk land aan de 3e Barendrechtseweg in de polder tussen Middeldijk en Buitendijk. Toen het slecht ging in de landbouw, werkten zij in Rotterdam in de havens. In de crisisjaren rond 1930 werden ze ontslagen en konden als losse arbeiders komen werken, als er werk was; iedere dag gaan kijken en soms na een uur al weer terug. Het was spannend, ook voor moeder, want geen werk was geen inkomen. Van naar de steun gaan wilden ze niet horen. Het werk op het land ging wel door.

In november 1929 verhuisden we naar een eigen huis aan de 2e Barendrechtseweg B304, later 250. Het was een dubbel huis; tante Anna, moeders zuster, met oom Piet de Jong plus 10 kinderen in het ene huis en wij, nadat Wim en Cock geboren waren, met 8 kinderen in het andere. Dat waren dus 22 mensen met samen 6 slaapkamers.

Vader is toen koster geworden van de gereformeerde kerk op de hoek van de 2e Barendrechtseweg, de tegenwoordige Bethelkerk. Ook toen ging het werk op het land door. Maar nu waren er vaste inkomsten.

Al jong is vader ouderling geworden van de Gereformeerde Kerk. Hij ging ook wel eens "preeklezen" op Smitshoek, waar een kerkdienst in een school gehouden werd, maar waar geen eigen dominee was. Verder was hij lid van de Gereformeerde Mannenvereniging. Toen hij moeite kreeg met horen, omdat hij aan één oor doof was, is hij daarmee gestopt. Ook maakte hij deel uit van het bestuur van de AR-kiesvereniging, o.a. als penningmeester. Als lid van de "Bijzondere Vrijwillige Landstorm" deed hij mee aan schietoefeningen in een loods vlakbij de kerk.

Vader heeft in zijn leven enkele depressieve tijden doorgemaakt. Dit had ook met het geloof te maken. Twijfels over de uitverkiezing en zonden en of hij er wel bij hoorde.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak hebben we hem daarover niet meer gehoord. Moeder noemde het een zenuwinzinking, waar je gewoon een jaar voor moest rekenen. In de oorlog waren er andere gemeenschappelijke zorgen. Aan het verzet nam hij deel vanuit zijn geloof; hij moest het doen, zou je zeggen. Dat ons huis daarvoor gebruikt werd, had zijn volle instemming.
Mij blijft bij, dat hij in een gesprek jaren eerder aan tafel over oud worden zei: "Ik kan niet verder denken dan mijn 50ste jaar. Misschien komt het, omdat ik mijn vader ook niet ouder gekend heb".

Vader werd op 31 mei 1944 50 jaar en op 6 juni '44, nog geen week later, is hij gevangen genomen. Ook treffend is dat na de oorlog een medegevangene vertelde, dat hij met zijn eenvoudig geloof in het concentratiekamp anderen tot steun geweest is.

Moeder heeft vader altijd volkomen gesteund, in alles wat hij deed. Haar aanwezigheid, inbreng en steun moeten we niet onderschatten. Toen na de oorlog de maatschappelijk werkster van de Stichting '40/'45 aan haar vroeg, hoe het kwam, dat in haar gezin de zaken zo goed liepen, terwijl het elders met kinderen van oorlogsslachtoffers niet altijd goed ging, antwoordde ze, dat de zorg voor het gezin ook voor haar niet steeds makkelijk was geweest en dat het ook niet allemaal vanzelf was gegaan, maar dat ze het biddende had gedaan.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Vader - 02-05-2018

Vader

Zij hebben hem voor ’t laatst gesproken
-zijn dochters- in de trein naar Vught.
Hij was geboeid, maar ongebroken
en voor het kwaad niet weggevlucht.

Hij was een koster, werd verraden
bij het verzet in Barendrecht.
Nooit had hij huis en hof verlaten -
hij kwam in Neuengamme terecht.

Van vrouw en kinderen gescheiden,
aan harde arbeid blootgesteld,
slechts het geloof om bij te schuilen -
Toen heeft het kwaad hem neergeveld.

Thuis bleven ze onmachtig hopen,
maar ieder wist -wat ons ook wacht-
zijn woord nog in die trein gesproken:
‘Zeg ook de anderen: God geeft kracht’.

Hans Geel

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal door J.D.Geel - 04-05-2018

Cock en Hans Geel-Veldhoen voegen toe

Vader

Zij hebben hem voor ’t laatst gesproken
-zijn dochters- in de trein naar Vught.
Hij was geboeid, maar ongebroken
en voor het kwaad niet weggevlucht.

Hij was een koster, werd verraden
bij het verzet in Barendrecht.
Nooit had hij huis en hof verlaten -
hij kwam in Neuengamme terecht.

Van vrouw en kinderen gescheiden,
aan harde arbeid blootgesteld,
slechts het geloof om bij te schuilen -
Toen heeft het kwaad hem neergeveld.

Thuis bleven ze onmachtig hopen,
maar ieder wist -wat ons ook wacht-
zijn woord nog in die trein gesproken:
‘Zeg ook de anderen: God geeft kracht’.

Hans Geel

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen