Antonius Mijnsberge

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamAntonius
InitialenA.
AchternaamMijnsberge
GeslachtMan
Geboren30-09-1894
Overleden19-03-1945.
Plaats grafBad Sassenorf, Gemeinde Friedhof


 

Neuengamme

Aangekomen op04-02-1945
Vanaf plaatsAmersfoort

Detentiegeschiedenis

Amersfoort, vanaf 1945-01-29 tot 1945-02-02

Verblijf in welke kampen

Neuengamme
Bad Sassendorf, 11. SS-Baubrigade
Periode: 1945-02-half, vanaf deze datm

Ingezonden verhalen over Antonius Mijnsberge

Beste lezer, Ik ben de kleinzoon van Antonius (Toon)… - 29-03-2013

Beste lezer,

Ik ben de kleinzoon van Antonius (Toon) Mijnsberge. Bij de onthulling op 13 april 2007 van het op deze website afgebeelde monument op de begraafplaats in Bad Sassendorf, waar mijn opa begraven ligt, heb ik het volgende gezegd namens de nabestaanden van de 7 Nederlanders die aldaar begraven liggen.

Geachte aanwezigen,

Wij zijn hier vandaag bij elkaar voor de onthulling van een bijzonder monument, dat herinnert aan de strijd tijdens de Tweede Wereldoorlog van een zevental dappere Nederlandse mannen. Mannen, die uit verschillende delen van ons land, vanuit verschillende invalshoeken, vanuit verschillende overtuigingen ver van huis het leven gelaten hebben en daarbij een gezamenlijk doel voor ogen hadden: de bestrijding van het nationaal socialisme.

Mannen als Koos Vente, een inspecteur van politie uit Leiden die er vele malen voor gezorgd heeft door vooraf te waarschuwen dat razzia's op ondergedoken joodse mensen mislukten. Mannen als Antoon van Lierop, die niet van plan was in Duitsland gaan werken en onderdook of Leonard Spek, die wegens “Deutschfeindliches Benehmen”werd opgepakt.

Opvallend is dat een aantal van deze mannen door verraad in handen van de nazi's is gevallen. Dat geldt ook voor mijn grootvader, Toon Mijnsberge, de oudste van de zes mannen die hier begraven liggen en op wie ik nu graag nader wil ingaan.

Mijn grootvader werd op 30 september 1894 in Den Haag geboren als zoon van Willem Mijnsberge en Petronella Korpel. Mijn overgrootvader werkte bij de destijds vermaarde drukkerij Trio in de Haagse Nobelstraat, waar hij opklom van jongste bediende tot directeur van het bedrijf. Een directeur die bekend stond om een voor die tijd zeer progressief sociaal beleid. De bedoeling was dat mijn grootvader daar ook zou gaan werken maar het drukkersvak trok kennelijk niet en hij kwam te werken bij de PTT, aanvankelijk als instrumentmaker. Tijdens de mobilisatie in de Eerste Wereldoorlog leerde hij mijn grootmoeder kennen, toen hij gelegerd lag in Oosterhout. In 1919 trouwden zij en streken zij neer in Den Haag. Zij kregen twee kinderen, onder wie mijn vader, Jan Mijnsberge. Op dat moment woonde het gezin boven de centrale van de Gemeentetelefoon in de Haagse Fuchsiastraat waarvan mijn grootvader beheerder was geworden. Vakantiekiekjes uit die tijd laten een vrolijk en normaal Hollands gezin zien dat toen al met de auto naar het buitenland op vakantie ging. Voetballen was een hobby waar mijn grootvader zich volledig in uitleefde; in oude kranten vond ik nog verslagen van wedstrijden waarin hij uitblonk.

Mijn grootvader was net als zijn eigen vader socialist in hart en nieren. Het is aannemelijk dat deze overtuiging hem heeft doen kiezen voor het verzet tegen de nazi's, die ons land op 10 mei 1940 waren binnengevallen. Over het leven in het gezin Mijnsberge in de eerste jaren van de oorlog is erg weinig bekend. Velen van u zullen dit waarschijnlijk herkennen: over de oorlog werd bij ons thuis heel weinig gesproken.

Mijn grootvader (met in zijn kielzog mijn vader) raakte verzeild in het verzet. Vanaf september 1944 maakte hij deel uit van de Binnenlandse Strijdkrachten, kwartier B (Laan van Meerdervoort). Naar alle waarschijnlijkheid is hij vooraf actief geweest in de OD (Ordedienst). Zijn functie als beheerder van een telefooncentrale kwam zeer van pas: hij heeft talloze illegale telefoonaansluitingen tot stand gebracht waar het verzet zeer bij gebaat was. In de hongerwinter van 1944 vonden onder zijn leiding illegale voedseltransporten plaats vanuit Friesland naar Den Haag. Deze werden uiteraard begeleid door verzetsmensen. In de groep van mijn grootvader werd gefluisterd over verraad. Mijn grootvader ging op 2 december 1944 mee ter verzekering van het tegendeel en ter geruststelling. Het pakte anders uit. Een van de drie verzetsmensen die dit transport begeleiden, bleek een verrader van de SD.
In Alkmaar werd het transport onderschept en werden de betrokkenen gearresteerd door de Landwacht. Op mijn grootvader werden een aanzienlijk geldbedrag, twee Duitse blanco Fahrbefehle en een gummiknuppel aangetroffen. Dit was voldoende om mijn grootvader na enkele dagen verblijf in het Alkmaarse politiebureau over te brengen naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Aldaar heeft hij bijna 2 maanden op vordering van de Sicherheitspolizei in “Schutzhaft”verbleven, een opvallend lange periode (naar alle waarschijnlijkheid omdat hij weigerde te verklaren of bleef ontkennen). Het laat zich raden hoe de betreffende verhoren zijn verlopen. Ik ga ervan uit dat mijn grootvader uiteindelijk zwaar gehavend op 29 januari 1945 werd overgebracht naar het kamp Amersfoort. Van daaruit werd hij op 2 februari 1945 vervoerd naar het concentratiekamp Neuengamme, overigens op dezelfde dag en dus waarschijnlijk samen met eerdergenoemde Leonard Spek.

Op enig moment, dat zal zo tussen half en eind februari 1945 zijn geweest, ging mijn grootvader deel uitmaken van de 11e SS Baubrigade Soest (Eisenbahnbrigade/ Vliegende Brigade), een buitencommando van Neuengamme, dat half februari 1945 was opgericht. Deze brigade bestond aanvankelijk uit 504 gevangenen van allerlei soort, waaronder politieke gevangenen zoals mijn grootvader, die herstelwerkzaamheden moesten verrichten aan de spoorlijnen die zeer regelmatig door de Geallieerden werden gebombardeerd. Bij die 504 man waren zo’n 54-56 Nederlanders. Zij droegen slechts de smerig geworden en dunne wit/ blauw gestreepte kampkleding waarbij bijvoorbeeld politieke gevangenen een rode driehoek dienden te dragen, naast het zinken plaatje waarop hun kampnummer vermeld stond. Nederlanders waren herkenbaar door een H op de rugzijde. Aan hun voeten droegen zij slechts een soort houten schoenen, zonder sokken. Bedacht moet worden dat deze mensen reeds allen zeer ernstig verzwakt waren, nauwelijks tot geen medische verzorging kregen en bij voortduring mishandeld en vernederd werden. Alle gevangenen werden vervoerd (en moesten ook overnachten in) een trein die op 13 februari 1945 uit Neuengamme vertrok en via Hamburg-Bremen-Osnabruck-Muenster-Warendorf-Rheda-Lippstad richting Soest ging. Zieken werden ondergebracht in twee lazaretwagons.

Het herstellen van de spoorlijnen was buitengewoon gevaarlijk werk, waarbij zeer veel gevangenen zijn omgekomen, mede ook door geallieerde bombardementen op de trein zelf. Een afschuwelijk bombardement vond plaats op 28 februari 1945 waarbij 70 mensen omkwamen. Koos Vente, Charles Grul en Leonard Spek raakten bij dit bombardement zwaar gewond. De gewonden werden toen per trein naar een ziekenbarak in Bad Sassendorf gebracht. Toon Mijnsberge, mijn grootvader (van wie niet bekend is of ook hij bij dit bombardement gewond raakte), had in ieder geval al geen sterke gezondheid en de periode hier in Bad Sassendorf, waar de brigade tijdelijk terecht was gekomen, heeft naar alle waarschijnlijkheid zijn gestel definitief ondermijnd.

Uit verklaringen van medegevangenen na de oorlog in Nederland afgelegd maak ik op dat mijn grootvader uiteindelijk in een schuur van een boerderij (naar alle waarschijnlijkheid de Lohof) in Bad Sassendorf terechtgekomen is. De omstandigheden in deze schuur waren afschuwelijk: er waren zoveel mensen in ondergebracht dat men alleen op de zij kon slapen, draaien ging niet, latrines waren niet aanwezig, ieder moest zijn behoefte doen in de schuur zelf, er werd bij voortduring gestolen van het weinige dat men nog bezat. Kleren en schoenen werden nooit uitgetrokken, uit vrees voor diefstal. Geen wonder dat hier –gelet op deze situatie waarin hygiëne niet meer bestond en voedsel niet tot nauwelijks meer verstrekt werd- zeer velen stierven.
Charles Grul en Leonard Spek zijn rond 5 maart 1945 overleden.
Op 19 maart 1945 rond 14.00 uur is ook mijn grootvader in eerdergenoemde schuur overleden aan dysenterie en uitputting, op dezelfde dag waarop hij (in het kader van een “uitruil”met “gezondere” Russische gevangenen) naar Buchenwald zou worden getransporteerd. Vlak daarna –op 22 of 23 maart 1945- overleed, eveneens door uitputting en dysenterie, Koos Vente. Hij werd net als mijn grootvader, Charles Grul en Leonard Spek op deze plek begraven samen met drie andere Nederlanders.
Antoon van Lierop, werkzaam bij dezelfde brigade, lijkt op enig moment een vluchtpoging ondernomen te hebben maar is vanaf 28 maart 1945 spoorloos. Uit de stukken is gebleken dat ook hij hier is begraven.

Op 4 of 5 april 1945 verliet de trein Bad Sassendorf weer met ca 340-350 gevangenen. De zieken bleven achter. Deze werden op 6 april 1945 door de Amerikaanse troepen bevrijd. Uiteindelijk kwam de trein na veel omzwervingen in Ebensee terecht, waar de overlevenden op 6 mei 1945 werden bevrijd, eveneens door Amerikaanse troepen.

Wij staan hier nu meer dan 60 jaar na dato om deze gevallen te herdenken. Heeft het zin, na zoveel tijd? Ja naar mijn stellige overtuiging wel. Het heeft zin ons voor ogen te houden dat een ideologie als het fascisme altijd weer kan opkomen en zijn vernietigende en nietsontziende kracht kan richten op ons allemaal. Het heeft zin om te herdenken dat er mensen zijn die toen opstonden en zoals op het Ravensbrueck monument zo mooi verwoord wordt: tot het uiterste nee blijven zeggen tegen het fascisme, daarmee –op welke wijze dan ook- hun eigen bijdrage leverend aan de strijd tegen dat fascisme.

60 jaar geleden stonden Nederland en Duitsland tegenover elkaar. Gelukkig is dat nu anders. Nederland en Duitsland staan ook in dit soort gevoelige onderwerpen naast elkaar. Ik memoreer de royale medewerking die de Oorlogsgravenstichting van de Duitse autoriteiten heeft ondervonden om dit monument te laten verrijzen. Ik memoreer de aanwezigheid hier van de Duitse Volksbund Deutscher Kriegsgraeberfuersorge die straks ook een krans zal leggen. Samen herdenken zal voorkomen dat Nederland en Duitsland ooit weer tegen over elkaar komen te staan.

Onze dank gaat uit naar de Oorlogsgravenstichting die dit monument heeft opgericht.

Ich danke ebenfalls dem Herrn Buergermeister der Gemeinde Bad Sassendorf fuer die moeglichkeit hier een Hollandisches Denkmal errichten zu koennen.

Dit monument zal hopelijk tot in lengte van jaren herinneren aan de strijd van de hier begraven zeven mannen.

Zij rusten in vrede.

Eric Mijnsberge/13 april 2007

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verslag van de onthulling van de gedenksteen in 2007. - 07-09-2013

Verslag van de onthulling van de gedenksteen in 2007.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen