Cornelis Gerard Anton de Kom

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamCornelis Gerard Anton
InitialenC.G.A.
Tussenvoegselde
Achternaamde Kom
GeslachtMan
Geboren22-02-1898 in Paramaribo.
Overleden24-04-1945.

Gearresteerd doorLandwacht
Reden arrestatieverzet/illegale pers
Gearresteerd inDen Haag
Gearresteerd op07-08-1944
VerzetsgroepDe Vonk

 

Detentiegeschiedenis

Scheveningen, Oranjehotel,
Vught (barak IV B), tot 1944-09-05vu
Sachsenhausen, vanaf 1944-09-06vu tot 1944-11-begin

Verblijf in welke kampen

Sandbostel
Periode: 1945-04/1945-05, tot deze datum, †
Neuengamme*

Literatuur

Hun naam leeft voort
blz. 113
Sonny Boy
p. 184, 225

Ingezonden verhalen over Cornelis Gerard Anton de Kom

Familie de Kom - 15-04-2016

Bron: Oorlogsgravenstichting

Cornelis Gerhard Anton de Kom - 01-05-2017

Na de basis- en vervolgopleiding in zijn geboorteland volgde De Kom een cursus boekhouden. Hij kreeg daarna een kantoorbetrekking bij de firma Cooke en bij de Balata-Compagnie in Paramaribo.
Door de contacten met balata-bleeders (rubber-tappers) werd hij zich bewust van de slechte werk- en leefomstandigheden van de arbeiders. Dit zou zijn verdere leven beïnvloeden. In 1920 kwam hij als werkend passagier aan boord van een schip naar Nederland. Als vrijwilliger was hij daarna een jaar in dienst bij het 2e Regiment Huzaren. Later werkte hij als assistent-accountant en vertegenwoordiger in koffie, thee en tabak.
Naast zijn normale werkzaamheden ontwikkelde hij zich op politiek en literair gebied. De Kom hield lezingen over Suriname en schreef artikelen in ‘Links Richten’, een uitgave van een arbeiders-schrijvers-collectief.

Op 6 januari 1926 trad hij in het huwelijk met Petronella Catharina Borsboom. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Adolph, Cornelis, Antoine en Judith. In verband met ziekte van zijn moeder vertrok Anton de Kom in december 1932 per S.S. 'Van Rensselaer' met zijn gezin naar Suriname. Zijn activiteiten als raadsman (Adek) voor de allerarmsten in de kolonie werden door het toenmalige gezag als bedreigend ervaren. Hij werd op 4 februari 1933 gearresteerd en in Fort Zeelandia te Paramaribo gevangen gezet 'wegens pogingen het gezag omver te willen werpen'. Een demonstratie op 7 februari 1933 voor zijn vrijlating werd met geweld onderdrukt ten koste van twee doden en 22 gewonden. Op 10 mei 1933 werd Anton de Kom zonder vorm van proces op de boot gezet en verbannen naar Nederland.

In januari 1934 verscheen het door hem geschreven boek ‘Wij slaven van
Suriname’. Hieraan had hij zes jaar gewerkt. Zijn contacten met linkse schrijvers
en kunstenaars zette hij voort en dit mondde uit in een strijd met het opkomende fascisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij mee aan het links georiënteerde illegale blad ‘De Vonk’ en de verspreiding ervan. Ook gaf hij Engelse les aan kinderen van enkele groenten- en fruitgrossiers met wie hij contacten onderhield. Engels was een verboden taal tijdens de oorlogsjaren, zodat hij zich kwetsbaar opstelde.

Toen hij op 7 augustus 1944 zijn huis in de Johannes Camphuysstraat in Den
Haag verliet werd hij door de Sicherheitsdienst (SD) opgewacht en gearresteerd. Vermoedelijk was dit een gevolg van verraad. In zijn tas vonden ze belastend materiaal. ’s Avonds volgde een huiszoeking bij de familie De Kom. In de woning ontdekten de Duitsers in een kast een aan de oudste zoon Adolph toebehorende kristalzender. Dit apparaat was voor de invallers meer dan voldoende bewijs dat De Kom zich bezighield met ondergrondse praktijken. Men is ook nog op zoek geweest naar wapens, maar die vonden ze niet. Na zijn aanhouding en verhoor brachten ze hem naar de gevangenis in Scheveningen. Via het kamp Vught, waar hij in 'De Bunker' terechtkwam, werd hij op 6 september 1944 bij de evacuatie van het kamp afgevoerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn, van daaruit volgde transport naar KZ Neuengamme en Ausenkommando Sandbostel. In het laatste kamp overleed hij.

Zijn weduwe nam in 1982 het postuum aan hem toegekende Verzetsherdenkingskruis in ontvangst. In Amsterdam, Den Haag en Paramaribo werden straten naar Anton de Kom vernoemd. In Suriname werd een universiteit naar hem genoemd.

'Sranan mijn vaderland, eenmaal hoop ik u weer te zien, op de dag waarop alle ellende uit u weggewist zal zijn'. (citaat uit Wij slaven van Suriname, A. de Kom).

Na de vondst van de stoffelijke resten in 1960 vond de herbegrafenis plaats op het Ereveld Loenen.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Stichting 4/5 mei Comité Amsterdam Zuidoost, portret Anton de Kom - 23-04-2018

Het portret is vervaardigd door de schilder Herman Morssink en onderdeel van de collectie Helden. Schilderijen van verzetshelden.
Het betreft een reizende expositie.
http://4en5mei-comite-amsterdamzo.123website.nl/

Bron: Oorlogsgravenstichting

Over Cornelis Gerhard Anton de Kom. - 06-05-2018

Gevallen in het Verzet.


Opdat wij niet vergeten...


Adres: Johannes Camphuijsstraat 296 te Den Haag (Bezuidenhout).


Plaats van overlijden: Außenlager van het concentratiekamp KL. Neuengamme, kdo. Sandbostel. (DEU).


Wijze van overlijden: gefusilleerd/uitputting/ziekte/onbekend


De Surinamer Anton de Kom schrijft voor het communistische verzetsblad De Vonk waarvoor hij wordt opgepakt.


Na zijn arrestatie op 7 augustus 1944 kwam hij terecht in "de Bunker" van Kamp Vught. Hij overleed op 24 april 1945 in Sandbostel een sub kamp van het concentratiekamp Neuengamme. 40 jaar later stond hij op het 250 Surinaamse Gulden biljet.


Overige gegevens: Gehuwd met Petronella Catharina Borsboom. Vader van Adolph Antoine Gerhard, Cornelis Theodore Julius, Antoine Julia Henny en Judith Jacoba.


Vermelding op Dodenboek Bezuidenhout: www.dodenboekbezuidenhout.nl


Anton de Kom is daarvan veruit de bekendste in Suriname. De Centrale Bank van Suriname plaats zijn afbeelding op diverse biljetten van de Surinaamse Gulden. Er is veel over Anton geschreven.
Door het openen van archieven komt nog steeds nieuwe informatie naar boven, ook over Anton.


Zoals ook eerder beschreven ging de Centrale Inlichtingendienst (CID) in opdracht van minister van Justitie, Josef van Schaik, in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog samenwerken met de Duitse Gestapo. Op dat moment was het bekend dat de Gestapo al duizenden communisten, sociaaldemocraten en Joden had omgebracht. De CID stond de Gestapo toe om vrijuit in Nederland te spioneren, onder de voorwaarde dat zij wel doorgestuurd kregen welke informatie de Gestapo had onttrokken. Na de Duitse invasie van Nederland in 1940 was het de bedoeling dat alle archieven van het CID vernietigd werden. De CID-lijst van links-extremistische personen kwam in handen van de Duitsers met alle gevolgen.


In 1939 schreef de CID over Anton;
22-2-98 Paramaribo; schuilnamen ADEK of ADEKOM;
was voorheen een vooraanstaand communist; leidde in 1933 een opstand in West Indië; na 1934 werd weinig meer van hem vernomen.


Anton was een nakomeling van slaven. Hij vestigde zich in 1921 vanuit Suriname in Nederland.
In december 1932 keerde hij terug naar Suriname, waar de bevolking hem zag als een soort verlosser van het kwaadaardig koloniaal bestuur. Dat bestuur dwong hem enkele maanden later, na gevangenschap, om terug te keren naar Nederland. Hij werd voorzitter van de Liga tegen Imperialisme en Koloniale Onderdrukking, wat voor de Nederlandse regering aanleiding was hem scherp in de gaten te houden door de Centrale Inlichtingendienst. Hij werd lid van de communistische partij, waar hij nauw met Nico Wijnen samenwerkte. Hij schreef het boekje ‘Wij slaven van Suriname’. In 1940 sloot hij zich aan bij het communistische verzet in Den Haag en in 1941 het MLLF (Marx-Lenin-Luxemburg Front).
Hij schreef artikelen voor de bladen van beiden organisaties die beiden De Vonk heetten. Later werd hij betrokken bij ander verzetswerk door de CPN, waarbij hij ook met Piet Wapperom samenwerkte. Hij distribueerde nieuwsberichten die hij via de illegale radio had opgevangen. Op 7 augustus 1944 bij het verlaten van zijn huis werd hij door de S.D. gearresteerd. Bij zijn arrestatie werden linkse literatuur en een kristalontvanger met koptelefoon in beslag genomen.
Na zijn verblijf in het Oranjehotel is hij op 15 augustus overgebracht naar het concentratiekamp KL. Herzogenbusch - Vught. Hij komt daar in barak IV B (Bunker) van het SD-Lager - wat betekent dat de SS hem als een zwaar geval aanmerkte. Hij mag geen post ontvangen en wordt in feite een NN-gevangene (Nacht und Nebel).
Door Dolle Dinsdag (NSB-benaming) is zijn verblijf in Vught kort en de volgende dag op woensdag 6 september 1944 zit hij op transport naar het concentratiekamp KL. Sachsenhausen (en niet naar Neuengamme zoals men vaak schrijft).
Het verblijf is zwaar en Anton werkt in de wapenfabriek van de Heinkel-Werke Oranienburg. Ook komt hij in het ziekenhuis (Krankenbau 2, kamer 7) terecht. Wederom is het verblijf kort en in oktober 1944 volgt het transport naar het concentratiekamp KL. Neuengamme en vervolgens het Außenlager kdo. Sandbostel waar hij op 24 april 1945 overlijdt.


Veel belangrijke documenten zijn in Duitse archieven nog niet geïndexeerd. Stichting WO2 Sporen zal als convenant partner helpen bij het indexeren.
In de zomer van 2019 waren wij in het Nationaal Archief van Suriname en vonden wij diverse unieke foto's van Anton.


Bekijk hier een paar van die unieke foto's en documenten; https://www.wo2sporen.eu/facebook




Verzetsherdenkingskruis postuum toegekend (1982).









Bron: Bevolkingsregister Haags Gemeentearchief.


Anton de Kom werd opgepakt in de buurt van de Haagse markt en vastgezet in het Oranjehotel.


Die eerste dagen zag je de flitsen in de lucht van het schieten bij een heldere hemel. En toen zagen we die parachutis­ten. Mijn vader zei: Het is oorlog


Van hem is bekend dat hij weigert om zich over te geven aan het fascisme van de Duitse bezetter. Zijn naam is ook onlosmakelijk verbonden met het boek Wij slaven van Suriname (1934), een aanklacht tegen de mensenrechtenschendingen van de koloniale Nederlandse overheid en de plantage-eigenaren in Suriname. In de vierde editie van de Laatste Getuigen op vrijdag 4 mei in de Koninklijke Schouwburg, vertelt zijn dochter Judith de Kom (87) op het podium het verhaal over haar vader. Heimwee, liefde, onrecht en verzet wisselen elkaar af in teksten die worden uitgesproken door Romana Vrede, de eerste zwarte actrice die de Theo d'Or (2017) heeft gewonnen, erkend als de belangrijkste toneelprijs van Nederland. Een voorbeeld:


,,10 mei 1940, ik was toen 9. Ik herinner me nog goed hoe het begon, hoe het weer was, dat we wakker werden van het schieten en dat we met zijn allen in de erker stonden. Toen we (mijn broers Ad, Cees, Ton en ik) klein waren stond mijn vader of mijn moeder (Petronella Borsboom) altijd te zwaaien bij het raam als we naar school liepen en dan zwaaiden we terug. In die erker zat mijn moeder vaak en we konden er helemaal naar Rotterdam kijken. Die eerste dagen zag je de flitsen in de lucht van het schieten bij een heldere hemel. En toen zagen we die parachutisten. Mijn vader zei: Het is oorlog.''


Vertrouwd en tegelijkertijd pijnlijk voor Judith is het nagebootste geluid van een scheepshoorn uit de trompet van jazzmuzikant Michael Varekamp. Hij speelt tijdens de generale repetitie, ingetogen en toch intens, Gnosiennes nr. 1/2/3, een muziekstuk van Erik Satie. Judith is er door gegrepen en ze huilt even. Later geeft ze een verklaring.


Communist
Romana Vrede spreekt op het toneel de teksten uit van Judith de Kom (r). Vrede kreeg vorig jaar als eerste zwarte actrice een Theo d'Or.


Romana Vrede spreekt op het toneel de teksten uit van Judith de Kom (r). Vrede kreeg vorig jaar als eerste zwarte actrice een Theo d'Or. © Frank Jansen
,,Mijn vader is in 1920 vanuit Suriname in Nederland komen wonen en hij heeft hier mijn moeder leren kennen. In 1933 zijn we met heel het gezin teruggegaan. Hij begon een adviesbureau op het erf van zijn ouders. Met niet meer dan een tafel en wat stoelen vertelde mijn oudste broer, maar de mensen kwamen van heinde en verre. Na een paar dagen is hij gearresteerd en gevangen gezet in Fort Zeelandia, Paramaribo. Van begin februari tot mei '33 zat hij vast, zonder aanklacht, zonder vorm van proces, niks. Daarna is hij als een crimineel op de boot gezet naar Nederland en heeft hier, gebrandmerkt als communist, nooit meer een betaalde baan gevonden."


Terug is ze in de tijd dat ze als meisje van 13 jaar haar vader voor de laatste keer zag, ergens op 6 augustus 1944. Diezelfde avond werd er op de deur gebonkt en iemand schreeuwde in het Duits: ,,Polizei!" Het waren gewoon Nederlandse mannen in bruine uniformen, een paar van de duizenden foute figuren die zich toentertijd hadden aangesloten bij de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert en ons land, samen met de Duitse nazi's, naar hun hand wilden zetten.


,,Ze vertelden mijn moeder dat mijn vader door de 'grüne Polizei (Duitse orde politie) was gearresteerd en dat ze maar beter kon vertellen waar de wapens waren. Verder zeiden ze: 'Als we niets vinden wordt hij vrijgelaten, als we wel iets vinden, wordt hij doodgeschoten.' Het spreekt voor zich dat ze niets hebben aangetroffen, want mijn vader was een man die vooral met de pen en de mond aangaf waar hij tegen was. Hij kon de dingen vaak ook vlijmscherp opschrijven", zegt Judith. Typerend was de vraag van de collaborateurs toen ze op het punt stonden om te vertrekken. ,,Waarom ben je met die neger getrouwd?" Het antwoord van Judiths moeder liet niets aan duidelijkheid te wensen over: ,,Omdat ik van hem hou en hem respecteer."


Racisme
Dat onverholen racisme was overigens kenmerkend in die oorlogsjaren, een periode toen er nog niet eens sprake was van massa-immigratie uit 'niet westerse landen'. Het gemengde gezin De Kom maakte namelijk elke dag wel iets dergelijks mee. ,,In de directe omgeving van de Johannes Camphuijsstraat was het niet eens zo'n probleem, maar zodra we de straat uitliepen werden we uitgescholden", vertelt Judith. ,,Speciaal tijdens Sinterklaas werden we nageroepen voor Zwarte Piet. Niet alleen door kinderen, maar vooral door volwassenen."


Uit getuigenverklaringen blijkt dat Anton de Kom werd opgepakt in de buurt van de Haagse markt en vastgezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Van daaruit is hij later overgebracht naar Kamp Vught, waar hij terecht kwam in een barak die uitsluitend bedoeld was voor de zware gevallen. Dit betekende dat hij geen post mocht ontvangen of versturen.


Het gezin De Kom kreeg dan ook geen enkele informatie over zijn lot. Een paar weken later is hij vervoerd naar concentratiekamp Neuengamme in Duitsland. Anton de Kom overlijdt, volgens gegevens van het Rode Kruis, tussen 17 en 24 april 1945, in buitenkamp Sandbostel. Maar aan alle onzekerheid over zijn lot kwam pas in 1960 voor zijn familie een einde. Een Frans onderzoeksteam vond toen zijn stoffelijke resten in een massagraf bij dat buitenkamp. Hij werd geïdentificeerd en daarna zijn de overblijfselen overgebracht naar Nationaal Ereveld Loenen, nabij Apeldoorn, waar hij zijn laatste rustplaats heeft.


Bron:


- https://www.ad.nl/den-haag/anton-de-kom-surinaamse-volksheld-in-de-laatste-getuigen~acb166bc/


- St. WO2 Sporen.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen