Dirk Johannes Jacobus van de Gevel

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamDirk Johannes Jacobus
InitialenD.J.J.
Tussenvoegselvan de
Achternaamvan de Gevel
GeslachtMan
Geboren14-07-1900 in Haarlem.
Overleden23-11-1944.
Plaats grafHamburg, Friedhof Ohlsdorf
Aanduiding grafBP 73, rij E, nr.11


 

Neuengamme

Aangekomen op14-10-1944
Vanaf plaatsAmersfoort*
Kampnummer56143

Detentiegeschiedenis

Amersfoort*, tot 1944-10-11*

Geleden ziektes

Plaats: Hamburg, Spaldingstrasse 158
Periode: tot 1944-11-23
 In de bewaard gebleven dodenboeken van Neuengamme (de registratie van overleden gevangenen) staan verschillende ziekten waaraan gevangenen zijn gestorven: enteritis, tuberculose, dysenterie, hartfalen, enz. Dat is verhullend. De ware doodsoorzaak zijn vrijwel altijd de abominabele omstandigheden in het kamp geweest. Bovendien zijn de gegevens volledig onbetrouwbaar. Vaak werd er in de registratie maar wat opgeschreven. (Bron: Nederlanders in Neuengamme)

Verblijf in welke kampen

Hamburg-Hammerbrook, Spaldingstrasse 156/158
Periode: 1944-11-23, tot deze datum, †
Neuengamme*

Ingezonden verhalen over Dirk Johannes Jacobus van de Gevel

De gouden trouwring van mijn opa. - 26-04-2016

Dit is het verhaal van mijn opa, Dirk Johannes Jacobus van de Gevel.


( Alle informatie over dit verhaal heb ik van mijn moeder, Irene van de Gevel, door haar herrineringen hierover en door verhalen van haar broers en brieven van haar jongste broer Theo.)


Mijn opa is geboren op 14 juli 1900 te Haarlem, hij trouwde op 16 juni 1920 met Sophia Maria van der Putten.



Dirk van de Gevel en Sophia van de Gevel.


Ze kregen 3 zonen, Peter ( Pieter Willem van de Gevel 20-07-1923) , Dick ( D.J.J. van de Gevel 20-01-1927) en Theo ( Theo van de Gevel 30-06-1933 ) en 1 dochter Irene ( Irene Sophia van de Gevel 26-06-1941).


Mijn opa was onderopzichter van Bouwen woningtoezicht te Haarlem, hij deed zijn werk goed, een promotie zat eraan te komen.



Opa Dirk van de Gevel (links) op zijn werk.


 


Hij zat in het verzet, er werd hier natuurlijk niet over gesproken. Wat mijn moeder nog goed weet, is dat binnen in de kamer een groot gat zat onder de vloerplanken en daarin werd er naar radio Oranje geluisterd. De vloer werd weer dichtgedaan door de planken erop te doen en een vloerkleed daarboven te leggen zodat niemand dat zag. Er is een moment geweest, mijn moeder was een jaar of 3, toen ze de schuilplaats bijna verraadde door ernaar te wijzen toen er Duitsers in huis waren om te boel te inspecteren, gelukkig niet gebeurd, maar iets wat ze nog goed weet. Boven op de vliering van het huis, daar was ook een schuilplaats, een gat waar je je verstoppen kon.


Mijn oom Theo in zijn brieven:


“Mijn broer Peter was begin 1944 naar Osnabruck vervoerd, om daar voor de Duitse posterijen te werken. Osnabruck werd regelmatig gebombadeerd, tijdens een alarm rende hij niet naar de gebruikelijke schuilkelders, een gevoel zei hem dat hij juist naar een tegenovergestelde richting moest lopen. Het heeft zijn leven gered, want de schuilkelders waren door voltreffers geraakt, waardoor vele mensen werden gedood. Door een ziekte te simuleren mocht hij in het najaar van 1944 naar Haarlem terug. De terugkomst van Peter was voor ons en zeker onze moeder een hele opluchting.”


In augustus 1944 is mijn opa opgepakt door de Grune Polizei, de Duitse ordepolitie, het hele pleintje van het Christiaan Huygensplein te Haarlem, alle mannen waren opgepakt. Ze waren verraden door een NSB-er, die zelf op de grens van het Christiaan Huygensplein en Kamerlingh Onnesstraat woonde. Hij heette met zijn achternaam "van Duyn", kwam oorspronkelijk uit Friesland, volgens mijn moeder. Toen mijn moeder als klein meisje buiten speelde, hoorde ze van de andere kinderen die buiten aan het spelen waren en wiens vaders ook waren opgepakt, dat je bij dat huis niet in de buurt moest komen, want daar woonden verraders. Het verzet heeft hem later, als represaille, doodgeschoten, zo gaat het verhaal.


Mijn oom Theo beschrijft dit in zijn brieven:


“23 augustus 1944: Het Chr. Huygensplein is fel verlicht, overal soldaten, twee bewapende soldaten dringen mijn slaapkamer binnen. Ik wil onmiddellijk naar beneden toe, een soldaat richt geweer op mij, duw de loop weg, moet naar mijn vader toe, rot moffen, zij overmeesteren mij met geweld. Die morgen blijkt dat behalve mijn vader nog 7 mannen zijn gearresteerd wegens deelname aan het verzet. Met drie buurjongens besluiten wij een villa in Aerdenhout met veel groen er omheen, bezet door de duitsers, aan te vallen. Met stenen bekogelen wij de ramen, er wordt op ons geschoten, blijven gooien. Zij halen de honden, wij hebben voorsprong, zoveel sporen maken tot voorbij de grote boom tot de weg en dan terug de boom inklimmen. Wanneer de honden komen, tollen de dieren in het rond zoals gehoopt werd. Bij de boom gaat een soldaat staan, wij hebben hem niet omhoog zien kijken, wanneer manschappen en honden zijn ingerukt, denken wij dat hij ons toch gezin heeft, maar mild is en verlangt naar de kinderen en vrouw die hij thuis heeft.”


Mijn opa heeft nog geprobeerd te ontsnappen tijdens de arrestatie, hij vluchtte naar achteren, maar het hele pleintje was omsingeld door de grune polizei en overal waren felle lampen, zodat ontsnappen niet mogelijk was.


Mijn oom Peter kon nog goed herrineren dat zijn vader werd meegenomen en moment in zijn leven die hij niet vergeten kon. Hij heeft in zijn verdere leven nooit een stap in Duitsland gezet, dat kon hij gewoon niet opbrengen om te doen, te pijnlijk.


De mannen werden op 11 september 1944 op de trein naar kamp Amersfoort gezet, op dit traject is een van de mannen van het Christiaan Huygensplein van de trein gesprongen, ontsnapt, ene "Godschal" en de enige die het overleefd heeft, dankzij een behulpzame boer, waar hij onderdak kreeg. De rest was ook van plan om te vluchtten en zouden een beter moment afwachten, maar dit is helaas niet gebeurd.


Mijn moeder Irene, 3 jaar oud, was erg ziek geworden, longontsteking en het zag er niet goed uit. Er is nog geprobeerd om opa uit kamp Amersfoort te krijgen door dit bericht, maar het mocht niet baten. Mijn moeder was opa's oogappeltje, hij wou altijd graag een meisje. Hij is op 11 oktober 1944 deporteerd naar concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 23 november 1944 is gestorven door de vreselijke, onmenselijke omstandigheden.


Mijn oom Theo in zijn brieven:


“Aan het einde van WOII werden niet alleen razzia’s gehouden op joden en verzetsmensen om die naar concentratiekampen te brengen. Vanaf die tijden werden ook mannen tussen 17 en 45 jaar weggehaald en in Duistland in de oorlogindustrie te werk gesteld. Op een dag waren er bij ons in de buurt dergelijke activiteiten aan de gang. In overleg met mijn moeder ging ik mijn broer Dick, die bij firma Paasman op de Leidsevaart als lasser werkte, waarschuwen. Natuurlijk mijn woorden weer op een goudschaaltje leggend ( misschien pro Duitse mensen daar aan het werk) vroeg ik of ik heel even mijn broer mocht spreken. Had een geheimpje voor hemen bovendien zou ik hem wel een willen zien werken, dat deed hij thuis nooit. Mijn broer is ’s middags laat veilig thuis gekomen, ’s avonds was er een uitgaansverbod.”


Nu moet ik even, als verdediging, zeggen dat mijn lievelingsoom Dick zijn verdere leven heel hard gewerkt heeft, laat dat een feit zijn. Maar ik geloof mijn oom Theo meteen als hij zegt dat hij altijd met het huishouden moest helpen en broer Dick dat dat niet deed.


Door de hongerwinter en de eerdere longontsteking heeft mijn moeder het heel zwaar gehad. Zwager ome Kees heeft haar en de kinderen de oorlog door geholpen. Een andere oom, ome Joop had een drogisterij maar was te gierig om haar en de kinderen ook maar enige hulp te bieden. Wat ook een probleem heeft moeten zijn, is dat mijn oma als kind is opgegroeid in Duitsland. Ze is er niet geboren, maar heeft haar hele kindertijd daar doorgebracht en ze had een Duits accent. Het kan niet anders zijn dat dat toch problemen heeft gegeven. Ook de onzekerheid dat haar man ooit terug zou komen en de zorg om haar kinderen. Haar middelste zoon Dick, nog een jonge jongen van 17 jaar, moest in dienst en hij heeft zich toen niet veel later als vrijwilliger aangemeld om in Indonesie te gaan vechten. Iets wat zijn jongere broer Theo nooit begrepen heeft, ome Theo wou zelf niks met het doden van mens of dier te maken hebben, hij was zijn hele leven vegetarier en was zelf later een dienstweigeraar. Dick was in Indonesie, in het leger, bij de Tijgerbrigrade, zo’n 3 jaar is hij daar geweest.


Mijn oma had in september en oktober 1945 veel contact met waarzeggers omdat ze zo radeloos was omdat haar man niet was teruggekomen van het concentratiekamp. Ze is er niet lang mee bezig geweest en is ze daarna meer in de bijbel gaan verdiepen. Oma Sophia heeft 2 jaar na de oorlog, zomer van 1947, moeten wachten op het bericht van het Rode Kruis, dat haar geliefde man dood was en echt niet meer terugkwam.


Mijn oma is snel daarna ziek geworden, maagkanker of zoiets, maar velen zeiden van verdriet. Ome Dick is teruggekomen naar Nederland toen hij een bericht daar kreeg dat zijn moeder zo ziek was en hij naar huis moest komen. Gelukkig was hij op tijd om zijn moeder nog te zien voordat ze stierf. Hij heeft in Indonesie in de oorlog daar ook veel meegemaakt, hij was een stille man en heeft er niet veel over gesproken, alleen tegen een enkeling.


Ome Theo schrijft: “ 1948 : Mijn moeder krijgt leverkanker en sterft op 1 december 1948. Dr. Nieuwenhuizen weigert tijdens de ziekte van mijn moeder te komen omdat het de straf van God is. Hoe weet hij dat?”


Erg dat er zulke mensen bestaan ….. mijn oma moet een lief mens geweest zijn, dat lees ik in de brieven van mijn ome Theo, de liefde voor haar is erg merkbaar.


Omdat ome Theo en mijn moeder Irene nog minderjarig waren en niemand in de familie hun wilden opvangen, moesten ze samen naar het weeshuis. Samen is het niet echt want ze werden gescheiden omdat er een jongens-gedeelte was en een meisjes gedeelte. Het was een ware hel in het weeshuis.


Mijn oom Theo schrijft in zijn brieven hierover:


“ 1949 ; in januari ga ik samen met mijn zusje van 7 jaar naar het weeshuis, ben inmiddels 15, zal proberen mij positief op te stellen, maar twee onderwerpen het zal ik verdedigen: alleen mijn ouders mochten mij slaan en ik blijf vergetarisch eten! Zie even de groepsleider Hr. Inoelman en meng mij dan onder de jongens, (er is een aparte jongens-en meisjesvleugel) het eerste en ook het enige wat ze vragen of ik kan voetballen, moet dat bevestigend beantwoorden. ’s Avonds krijgt iedereen evenveel eten opgeschept, tijdens het eten is het muisstil, vraag of er iemand overleden is, nee, wij zijn altijd rustig, daar heb ik geen zin in, ik praat wanneer ik wil.”


Mijn moeder praat niet graag over het weeshuis, alleen dat het een streng gereformeerd weeshuis was en dat ze slecht behandeld is door de zogenaamde Christelijke mensen die daar werkten. Daardoor heeft ze ook een lange tijd in haar leven niks van het geloof willen weten. Wat ik weet is dat opa Dirk erg handig was en alles voor haar maaktte van hout, een poppenhuis en dergelijke, ze was immers zijn oogappeltje. Al haar speelgoed is in beslag genomen toen ze naar het weeshuis moest, wat haar vader voor haar had gemaakt belandde boven op de kast in het lokaal en het als figuurzaagmateriaal gebruikt, tijdens handvaardigheidles. Zo triest, vooral voor een kind van 7 jaar.



Opa was heel handig, te zien op deze foto.


 


Mijn oom Peter woonde op het ouderlijk huis Christiaan Huygensplein nummer 15 en mijn moeder en ome Theo zijn na 4,5 jaar bij hem en zijn vrouw gaan wonen. Ome Peter heeft in oktober 1952 buitengewone pensioen gekregen omdat zijn vader Dirk van de Gevel bij het verzet heeft gezeten. Dit is het formulier dat aangeeft dat mijn opa bij het verzet heeft gezeten.



 


Deze periode was ook niet erg fijn voor mijn moeder.


Mijn moeder is op jonge leeftijd getrouwd om eindelijk een eigen leven op te bouwen. Ze kreeg 3 kinderen, mijn broer Rob, mijn zus Karin en ik (Simone). Helaas hield dit huwelijk geen stand en ze is gescheiden toen ik een jaar of 3 was, nu ongeveer 47 jaar geleden. In januari 2016 is onze vader en mijn moeders ex-man, Henk de Wilde overleden. Ze had hem nooit meer gesproken, maar wonderbaarlijk een half jaar voor zijn dood heeft ze telefonisch contact met hem gehad. Hij vertelde dat ongeveer 40 jaar geleden, Corrie ten Boom (bekende verzetstrijdster uit Haarlem en later bekende schrijfster over de oorlog) bij hem thuis in Haarlem Noord voor de deur stond, ze was eventjes terug uit Amerika en zocht mijn moeder, Irene van de Gevel. Helaas heeft hij dit toen niet aan mijn moeder laten weten zodat een ontmoeting tussen mijn moeder en Corrie ten Boom nooit heeft plaatsgevonden. Henk de Wilde werktte in de verkeringstijd bij drukkerij Boom en Ruigerok, zijn baas zat in het bestuur van stichting 40/45. Corrie ten Boom heeft via deze man geinformeerd naar mijn moeder en zo is ze uiteindelijk bij Henk de Wilde aan de deur gekomen. Mijn ouders waren toen al gescheiden en Henk werktte ergens anders, bij Vermaat. Wij woonden toen al in Helmond en dus uit de buurt en we hebben dit nooit geweten, mijn moeder had graag willen horen wat Corrie ten Boom had willen zeggen, misschien en hoogstwaarschijnlijk kende ze mijn opa vanuit het verzet.


Later is de band tussen mijn moeder en haar broer Peter verwatert, ze hebben elkaar jaren niet meer gezien. Pas toen Peter ziek werd, heeft mijn moeder weer contact gezocht en is dat contact toch weer sterk geworden tussen haar broer en schoonzus. Peter had de gouden trouwring van hun moeder en heeft hem aan mijn moeder Irene gegeven.


Toen ik ging trouwen heb ik die gouden trouwring van oma gekregen omdat ik hem ook goed pas en sindsdien heb ik hem ALTIJD om, nog meer dan mijn eigen trouwring, dit is nu inmiddels al ruim 20 jaar. En ik heb altijd gezegd, ik heb de ring van mijn oma om, die van opa is allang omgesmolten in de oorlog!


Het is begin 2015, bijna 70 jaar na de oorlog en krijgen we via via bericht dat er een portemonnee is gevonden van Dirk Johannes Jacobus van de Gevel! Helaas zijn zijn zonen, Peter, Theo en Dick inmiddels overleden. Voor mijn moeder bel ik naar het International Tracing Service in Duitsland, hier krijg ik te horen dat er iets gevonden van mijn opa. Mijn moeder


hoopt dat er een briefje voor haar moeder van haar vader in haar vader portemonnee zit en wil z.s.m. de portemonnee hebben omdat ze ook niks van haar vader heeft. Na enkele telefoontjes, met mijn slechte Duits, en via de mail en invullen van formulier, wordt het opgestuurd.


Toen de koerier me de enveloppe overhandigde, heb ik het opengemaakt, ik dacht dat ik weer formulieren in moest vullen omdat overdrachten van gevonden items altijd in kamp Amersfoort officieel gebeurt. Ik zag papieren, kopieen uit de oorlog, waar mijn opa's naam op staat, toen ik het omdraaide zag ik het, de gouden ring van opa!


Een wonder voor ons als familie en vooral voor mijn moeder, echt dankbaar zijn we voor de Internatinal Trading Service. De trouwringen zijn van opa en oma weer na 70 jaar samen!


Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen