Cornelis Pieter Anthonie Fraij

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamCornelis Pieter Anthonie
InitialenC.P.A.
AchternaamFraij
GeslachtMan
Geboren01-08-1887 in Voorschoten.
Overleden30-04-1945.
Plaats grafLoenen, Nederlands Ereveld
Aanduiding grafVak A, nr. 375
Begrafenis op27-09-1966

Reden arrestatieverzet

 

Neuengamme

Aangekomen op18-03-1945
VervoermiddelTrein
Vanaf plaatsAmersfoort
Kampnummer77354

Detentiegeschiedenis

Wolfenplein, Utrecht, tot 1945-03-12
Amersfoort, vanaf 1945-03-12 tot 1945-03-15

Verblijf in welke kampen

Neuengamme

Ingezonden verhalen over Cornelis Pieter Anthonie Fraij

Levensverhaal C.P.A. Fraij - 05-06-2015

Fraij's hele leven speelde zich vrijwel af op en bij stations van de Nederlandse Spoorwegen. Hij woonde als baby en klein kind op het station Voorschoten, en zo rond ongeveer 1898 in IJlst, waar zijn vader stationschef was. Als jongen ging hij naar de lagere school in het Friese Oosthem. Op zestienjarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Warmond. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij eerst te Sneek en later in Leiden middelbaar onderwijs gevolgd. In 1911 moest hij in militaire dienst. Hij werd gelegerd te Eck en Wiel nabij Amerongen bij het 4e Regiment 4e Bataljon 1e Compagnie Infanterie. Na het groot verlof werd hij eerst in Leiden en vervolgens in Sneek assistent op de kantoren van de Nederlandse Spoorwegen. Op 21 juli 1922 trouwde hij te Workum met Ymkjen Hofman, geboren op 25 juli 1897 te Hindeloopen. Uit dit huwelijk werden vier dochters geboren, Annie (Ulrum, 1923), Joke (Koudum, 1926), Corrie (Koudum, 1931) en Ineke (IJlst, 1940).

Eind 1922 werd hij benoemd tot eerste haltechef te Ulrum. Drie jaar later vroeg hij overplaatsing aan naar Koudum-Molkwerum, omdat daar familie en vrienden woonden. Op 23 augustus 1933 zou dit station worden opgeheven. Halte IJlst, waar hij ooit als kind had gewoond met zijn ouders, kwam vrij en hij aarzelde geen moment om daarheen te verhuizen. Toen station IJlst werd opgeheven, vertrok het gezin Fraij naar het stationsgebouw in het Utrechtse Maarn. Hier woonde de familie tot aan de spoorwegstaking in september 1944. Alle gezinsleden woonden vanaf dat moment op verschillende adressen in deze plaats.

Inmiddels had Fraij zich aangesloten bij het ondergrondse verzet zonder het voeren van een schuilnaam. Hij zorgde onder andere voor het uitbetalen van lonen van ongeveer tien ondergedoken personeelsleden van de Nederlandse Spoorwegen. Begin februari 1945 werd hij met vier anderen door de Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd, vermoedelijk ten gevolge van verraad. Deze vier mannen werden begin maart 1945 gefusilleerd op Fort De Bilt nabij Utrecht, Fraij kwam echter in de Utrechtse gevangenis aan het Wolvenplein terecht. Zijn dochter Joke probeerde hem daar te bezoeken, maar de wacht stuurde haar weg. Zij heeft haar vader niet meer gezien. Vanuit Utrecht is hij naar kamp Amersfoort getransporteerd. Zijn gevangenennummer daar was 15264, terwijl hij werd ondergebracht in Block (barak) II. Ook haar beide zussen Annie en Corrie zijn nog eens naar het kamp in Amersfoort geweest, maar moesten eveneens huiswaarts keren zonder hun vader te mogen zien.
Begin maart 1945 werd Fraij met vermoedelijk het laatste treintransport vanuit Amersfoort naar het beruchte concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg vervoerd.

Eind april 1945 zijn duizenden gevangenen van Neuengamme, waaronder Fraij, bij de nadering van de geallieerde legers naar Lübeck geëvacueerd. Met kleine schepen werden zij daar aan boord van vier zeeschepen gebracht. De 'Cap Arcona', de 'Thielbeck', de 'Deutschland' en de 'Athen'. Deze schepen lagen op de rede van Neustadt aan de Oostzee. Met duizenden medegevangenen werd Fraij aan boord van de 'Cap Arcona' geplaatst. De vier schepen zijn op 3 mei 1945 door Britse jachtbommenwerpers tot zinken gebracht. De vliegers hadden opdracht gekregen om vluchtende Duitse troepen aan te vallen en te vernietigen. Dat er in de ruimen van de schepen gevangenen uit concentratiekampen zaten, wisten zij niet. Duizenden gevangenen verloren hierbij het leven. Fraij heeft deze aanval niet meer gemaakt, omdat hij enkele dagen tevoren al overleden was.

Pas in de nazomer van 1945 ontving de familie via het Internationale Rode Kruis in Genève en van het Militair Gezag Bureau Repatriëring het ontstellende bericht dat hun man en vader was overleden. Alles werd in het werk gesteld om zijn stoffelijk overschot in Nederland te laten begraven. Met behulp van de Oorlogsgravenstichting lukte dat inderdaad. Zijn stoffelijk overschot werd aangetroffen in een massagraf in Neustadt. Op dinsdag 27 september 1966 werd Fraij met nog vijf anderen herbegraven op het ereveld te Loenen. De kerkelijke dienst stond onder leiding van ds. G. Blijdorp, die als tekst had Openbaring 14 vers 13: 'En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig zijn de doden die in de Here sterven.' Namens de Oorlogsgravenstichting voerde de toenmalige directeur P.W. de Hertogh jr. het woord. 'Na 21 jaar was vader weer thuis,' aldus zijn dochter Joke. Zij vindt het ieder jaar opnieuw een voorrecht de 4-meiherdenking op Loenen mee te maken.
Fraij, rust in vak A grafnummer 375.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen