Willem Hermanus Brizee

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamWillem Hermanus
InitialenW.H.
AchternaamBrizee
GeslachtMan
Geboren14-06-1914 in Den Haag.
Overleden03-05-1945 in Ravensbruck.

Gearresteerd op28-08-1944

 

Neuengamme

Vanaf plaatsAmersfoort

Detentiegeschiedenis

Den Haag, Lyceumplein, tot 1944-09-03
Amersfoort, tot 1945-03

Verblijf in welke kampen

Neuengamme
Periode: 1945-03 tot 1945-04
Watenstadt
Periode: 1945-02-28 / 1945-04-01
Ravensbruck
Periode: 1945-04-01 / 1945-05-03

Ingezonden verhalen over Willem Hermanus Brizee

Opgepakt in Den Haag (28 augustus 1944) - 21-06-2018

Willem Hermanus Brizee liep, samen met zijn neef Frans Blauw, op maandag 28 augustus 1944 in de Boekhorststraat in Den Haag toen zij door de landwacht werden opgepakt. Waarschijnlijk voor het ontduiken van de Arbeitseinsatz. Via politiebureau Buitenhof kwamen zij terecht in de arrestantenbewaarplaats Lyceumplein.


Vier dagen later, op vrijdag 1 september 1944, zijn ze 's ochtends om 8 uur op transport gesteld naar Kamp Amersfoort, in deze groep ook de volgende personen: J.P. AverbeekW.A. van den BergM.J. van BienenB.C. BoonstoppelH.A. van der BurgW.J. van der DriftP.J. HeidtJ.W.A. OosterhofA.J.A. Philippo, J. de Roos (†), G. Sinke (†), J.J. Stoute, (***), J. van der Waard, (***), I. den Os en I. Sloos.



Van deze groep van 19 personen zijn slechts 2 personen teruggekeerd, 15 personen zijn opgekomen (waaronder Willem Hermanus en zijn neef) en van 2 personen is niet bekend of zij zijn overleden (*** daarom worden hun namen niet getoond, dit geldt ook voor de namen van de rechercheurs).

Bron: Oorlogsgravenstichting

Op transport naar Neuengamme (8 september 1944) - 21-06-2018

Op zaterdag 1 september komt Willem Hermanus Brizee aan in Kamp Amersfoort. Op zijn kampkaart is te zien dat Willem Hermanus Brizee nu bekend is onder Häftlingsnummer 6574.



Zeven dagen later, op zaterdag 8 september 1945, wordt Willem Hermanus Brizee vanuit Kamp Amersfoort op transport gezet naar Neuengamme.


Op de transportlijst staan zijn neef Fr. Blauw en een groot deel van de groep die vanuit Lyceumplein is gekomen: Johannes v.d.WaardJoh. Stouten, Ger. Sinke, Jan de RoosAnt. PhilippoJohan AverbeekJohan OosterhofPieter HeidtWilh. v.d.DriftMar. van BieneB. BoonstoppelHendr. v.d.BergHendr. v.d.Burg, Matthias JanssenLeendert van StaalduinenHendr. van Pennen.



Van de 18 personen op de transportlijst zijn 14 personen zijn niet teruggekeerd, 4 personen zijn wel teruggekeerd (thans overleden).

Bron: Oorlogsgravenstichting

Overlijdensakte (3 mei 1945) - 21-06-2018

De echtgenote van Willem Hermanus Brizee, Jacoba Jeannete Antonia de Jong, wendde zich op 15 november 1948 tot de Arrondissements-Rechtbank te ‘s-Gravenhage. Zij was voornemens in het huwelijk te treden met Laurentius Antonius van der Wallen. Echter, de betrokken ambtenaar weigerde tot voltrekking van dit huwelijk over te gaan, omdat zij niet in staat was een akte van overlijden van haar echtgenoot te overleggen. Om deze reden verzocht zij de rechtbank om aanvulling van de Registratie van de Burgerlijken Stand der Gemeente 's-Gravenhage te gelasten ten aanzien van het overlijden van haar echtgenoot. Hiervoor overlegde zij een verklaring van het Informatiebureau van het Nederlandsche Roode Kruis dd 15 April 1948, welke verklaring steunde op de getuigenissen van C. van Oosten (Goes) en P.S. Hania (Leeuwarden). Uit deze verklaringen en ook andere verklaringen die in Rode Kruis dossier 47225 zitten, wordt de datum 3 mei 1945, daags na de bevrijding van Ravensbrück door het Russische leger, overigens niet heel hard gemaakt.


 



De officier van justitie wil het verzoek afwijzen met verwijzing naar arrest Hoge Raad van 14 februari 1947 (Ned. Jur. 1947, no 228) gezien artikelen 50, 62 en 70 van het Burgerlijk Wetboek. Op 22 december 1948 beschikt de rechtbank tot aanvulling van de registers van de Burgerlijke Stand.


Op 17 januari 1949 wordt het overlijden van Willem Hermanus Brizee ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.



Op 2 december 1948 wordt in de Burgerlijke Stand van Ravensbrück een overlijdensakte opgemaakt van Willem Hermanus. Deze akte, die los van het Nederlandse onderzoek is opgemaakt, noemt ook 3 mei 1945 als datum van overlijden. Wat de bron voor deze Sterbeurkunde is, is onbekend. Naar zeggen hebben SS-ers in de dagen voor de bevrijding veel van de administratie vernietigd.


Bron: Oorlogsgravenstichting

Van Watenstedt naar Ravensbrück - 02-07-2018

Op 7 april 1945 begint de SS met het evacueren van de ruim 5 duizend gevangenen vanuit Watenstedt/Leinde, een buitenkamp van KZ Neuengamme. De mannen werden samen met de vrouwelijke gevangenen uit het satellietkamp in goederenwagons geladen en met twee of drie treinen vervoerd. De treinen met de volledig overvolle goederenwagons, waarvan sommige niet waren afgesloten, reden dagenlang door Noordoost-Duitsland voordat ze uiteindelijk op 14 april aankwamen in het concentratiekamp Ravensbrück. Veel gevangenen hebben het transport niet overleefd, terwijl anderen zwaar verzwakt waren tegen de tijd dat ze Ravensbrück bereikten. (bron)  


 


In dit transport zat ook Willem Hermanus Brizee - hier onder de naam "Wilhelm Byles" - zoals blijkt uit onderstaande toegangslijst van KZ Ravensbrück (vanuit evacuatietransport van KZ Neuengamme / Watenstedt).



Op deze pagina staat ook "Henryk van den Burg", oftewel Hendricus Adrianus van den Burg, die net als Willem Hermanus zijn "reis" is begonnen in Den Haag (zie de bijdrage "Opgepakt in Den Haag"), via Amersfoort en Neuengamme (zie de bijdrage "Op transport naar Neuengamme").

Bron: Oorlogsgravenstichting

In Neuengamme afgegeven eigendommen - 04-07-2018

Aangekomen in KZ Neuengamme moest de gevangenen hun persoonlijke eigendommen afgeven. Bij Willem Hermanus Brizee ging het om zijn "gele" (=gouden) trouwring, waarin de datum van de verloving met Jacoba Jeannette Antonia "Coba" de Jongh staat. Ook van zijn neef Franciscus Blauw werd de trouwring ingenomen.


Hieronder een afbeelding van een (extract van een) lijst van ingenomen eigendommen (ITS 1.1.30.1 / 3411910, ook bekend als Husum Property List (of Effektenliste) G.C.C.7/60/a). 


Op deze lijst komen naast Willem en Franciscus ook voor: Koeno op 't ZandtChristiaan van AstEverardus KuijpersLucas GijsenReinde HooiveldJan RoosMarinus Johannes van BieneWillem de RoosAnton van Huet en Jan Kremer


Van de overige personen kon niet worden vastgesteld of zij in leven danwel overleden zijn, vandaar dat deze regels onleesbaar zijn gemaakt.



Volgens KZ-Gedenkstätte Neuengamme verwijst de term 'Husum Property List' uitsluitend naar de locatie van de gestolen eigendommen, het geeft geen informatie over het feit of iemand in Husum (dicht bij de Deense grens) is geweest.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Van Neuengamme naar Husum/Ladelund (en terug)? - 30-07-2018

In het boek Van naam tot nummer van de heren Gert van Dompseler en Pieter Dekker staat op bladzijde 193 (in het hoofdstuk over Husum-Schwesing) de volgende paragraaf:


Een groot gedeelte van de Nederlandse gevangenen die vanuit Amersfoort naar Neuengamme zijn getransporteerd, worden naar Husum getransporteerd. Het gaat om een grote groep Nederlanders die op 8 september 1944 uit Amersfoort zijn vertrokken (kampnummers 48720 - 49870) en een grote groep Nederlanders die op 11 oktober 1944 uit Amersfoort zijn vertrokken (kampnummers 56085 - 57477).  


 


Pieter Dekker (van Stichting Oktober 44) schreef mij na navraag het volgende hierover:


De genoemde kampnummers zijn de nummers van de Nederlanders die in het betreffende transport van Amersfoort naar Neuengamme zaten. Uit deze transporten zijn een groot aantal Nederlanders naar Husum en Ladelund getransporteerd. Helaas weten wij niet precies welke Nederlanders daar geweest zijn. Alleen de namen van de gevangenen die er zijn overleden geven duidelijkheid. Uit verhalen van teruggekeerden weten we ook van diverse mannen die in Husum en Ladelund geweest zijn. Uit documenten is bekend dat uit deze twee transporten van september en oktober 1944 veel mannen op transport zijn gegaan naar Husum en later door naar Ladelund. Dus niet alle mannen uit genoemd transport uit Amersfoort zijn naar Husum gegaan.


Een en ander is gebaseerd op onderstaand document:


 


Mogelijkerwijs zijn Willem Hermanus Brizee (kampnummer 49608) en zijn neef Franciscus Blauw (kampnummer 49607) in Husum en Ladelund geweest en hebben zij deze kampen overleeft. Van de mannen die hun "reis" op het Lyceumplein in Den Haag zijn begonnen (zie de bijdrage "Opgepakt in Den Haag") en via Amersfoort naar Neuengamme zijn getransporteert (zie de bijdrage "Op transport naar Neuengamme") is Johan Pieter Averbeek (kampnummer 49640) op 2 december 1944 in Husum overleden.    

Bron: Oorlogsgravenstichting

Van Neuengamme naar Ravensbrück - 30-07-2018

Mogelijk is Willem Hermanus Brizee bij terugkomst (uit Husum en/of Ladelund) in Neuengamme in het Schonungsblock geweest. Dit is ontruimd bij de komst van de Scandinaviërs in maart 1945. Er moest ruimte gemaakt worden en de gevangenen die hier 'herstelde' zijn op transport gegaan naar Watenstedt en de meesten van hen zijn aangekomen in Ravensbrück (zie ook de bijdrage Van Watenstedt naar Ravensbrück).


Op de website van Stichting Oktober 44 staat het verhaal van Melis van Twillert, die waarschijnlijk in hetzelfde transport als Willem Hermanus Brizee naar Ravensbrück is gegaan.


In het Neuengamme Bulletin van oktober 2012 van Stichting Vriendenkring Neuengamme beschrijft Jan Norg het concentratiekamp Neuengamme, waaronder op p. 11-3 ook KZ-Außenlager Salzgitter-Watenstedt:


Op 15/16 maart 1945 begint het Zweedse Rode Kruis met de overbrenging van de Scandinavische Häftlingen in de zgn. Witte bussen naar het KZ Neuengamme. In het KZ Neuengamme worden de Scandinavische Häftlingen in Steinhaus I gescheiden van de andere Häftlingen ondergebracht in het zgn. Skandinavierlager en daar verzorgd door het Zweedse Rode Kruis. Maar omdat het overbrengen van de Scandinavische Häftlingen uit Neuengamme naar Denemarken en Zweden traag verloopt, kampt men al snel met ruimtegebrek. Om de noodzakelijke ruimte te creëren moeten enige duizenden Häftlingen van andere nationaliteit uit Steinhaus I, dat ook als Schonungsblock dient, naar elders overgebracht worden. De SS beweert echter dat ze het vanwege hun overbelaste transportapparaat zelf niet kunnen doen en verlangt van het Zweedse Rode Kruis dat zij de ca. 2000 Häftlingen naar de andere kampen zullen overbrengen. Uit eindelijk stemt overste Björck hiermee in. Björck heeft zich daarbij mogelijk laten leiden door het idee dat als zij het transport verzorgden het draaglijker zou zijn voor de vaak ernstig zieke Häftlingen. Echter als gevolg van dit besluit krijgen de Häftlingen het idee, dat ze door het Zweedse Rode Kruis naar veiliger oorden zullen worden gebracht. Zo vertelt Dimmen van Gent: 'Op een dag werd bekend gemaakt dat we ons als invalide konden melden om dan door Rode Kruisbussen naar een veiliger oord te worden gebracht. Omdat ik als kind een ernstig auto-ongeluk had gehad, ging ik naar de administratie. Ik liep express ook een beetje mank en werd inderdaad als invalide aangenomen. In iedere bus nam een bewaker plaats, verder reden nog een paar Zweedse mannen van het Rode Kruis mee. We reden door de buitenwijken van Hamburg, dat vreselijk verwoest was. Onderweg gaven ze ons de gelegenheid aan de rand van de weg onze behoeften te doen, hier had ik gemakkelijk kunnen vluchten, maar ik geloofde nog steeds dat we naar veiliger oorden gebracht zouden worden. Ik sprak lang met een van de Rode Kruis mannen, maar hij kon of wilde niet zeggen waar we heen werden gevoerd'. De Häftlingen, zoals Dimmen van Gent, zijn door deze actie op het verkeerde been gezet maar aan de andere kant hebben de transporten een diepe indruk achtergelaten bij de Zweed Ǻke Svenson. 'De transporten', schrijft hij, 'waarmee we nu uit Neuengamme vertrokken, waren iets heel anders. We konden nu ook zien, hoe de Duitsers over het algemeen hun geïnterneerden, Fransen, Belgen, Hollanders, Polen en Russen behandelden. Het was vreselijk! (...) Uit de barakken werd een troep wezens, die nauwelijks meer iets menselijk hadden, naar ons toe gedreven. Zo uitgemergeld als men niet voor mogelijk zou hebben gehouden, uiterst verzwakt door hevige dysenterie en andere ziekten, wankelden en kropen deze arme mensen in onze bussen. (...) Met bedreigingen, stompen en kolfslagen dreven de Duitse gevangenenbewakers van het kamp hen de bussen in. (...) Die reizen zelf zijn echte nachtmerries geweest."

Op 27 en 29 maart komen de Witte Bussen met de ca. 2000 zieke en ernstig verzwakte Häftlingen aan boord in Hannover en in het KZ Außenlager Salzgitter-Watenstedt aan. Ruim een week later op 7 april beveelt de HSSPF Mitte Rudolf Querner het buitenkamp Salzgitter–Watenstedt/Leinde met haar ca. 5.000 Häftlingen te ontruimen. In twee en mogelijk zelfs drie transporten worden de Häftlingen afgevoerd. De SS houdt voor het vertrek van de transporten nog een appel, maar op de lijsten met ca. 2000 voor- en achternamen geboortedata, Häftlingsnummers, enz. die bewaard zijn gebleven ontbreken de namen van de zieke en zwakte Häftlingen. Welke de bestemming de transporten met de arbeidsgeschikte Häftlingen hadden is niet bekend. Maar van het transport met de ca. 1.500 zieke en zwakke Häftlingen uit het Revier en het Schonungsblock is bekend dat het via het KZ-Sachsenhausen op 14 april 1945 in het KZ-Ravensbrück aankomt. Een deel van de Häftlingen vertrekt op 24/25 april te voet weer uit het KZ-Ravensbrück om begin mei in het KZ-Auffanglager Wöbbelin aan te komen. De zieke en ernstig verzwakte Häftlingen die niet meer in staat zijn om aan die dodenmars deel te nemen, blijven in het KZ-Ravensbrück achter. Diezelfde dag begint de SS met de ontruiming van het KZ Ravensbrück en een paar dagen later op 28 april vertrekt omstreeks 14.00 uur de laatste colonne uit Ravenbrück. Wanneer kort daarop Russische militairen het KZ-Ravenbrück bevrijden treffen ze alleen ca. 3000 zieke en verzwakte Häftlingen in het concentratiekamp aan.


In het boek Spion van Oranje geeft auteur Bram de Graaf het verhaal weer van Engelandvaarder Bram Grisnigt, die ook in Ravensbrück terecht is gekomen (hij ging op dodenmars naar Malchow maar wist te ontsnappen en keerde terug naar Ravensbrück waar hij door de Russen werd bevrijd). In hoofdstuk 21 staat ondermeer:


In Ravensbrück blijven rond de drieduizend zieke vrouwen en driehonderd zieke mannen achter. Onder hen Simon Goede. [...] Hij gaat naar de ziekenbarak en vindt daar tussen andere nationaliteiten zeven achtergelaten Nederlanders, onder wie Simon die ernstig is verzwakt en aan hongeroedeem lijdt. 


Simon Goede werd door C. van Oosten de "bedgenoot" van Willem Hermanus Brizee genoemd (zie de bijdrage Overlijdensakte 3 mei 1945), wellicht was Willem Hermanus Brizee 1 van de 6 andere Nederlanders ...

Bron: Oorlogsgravenstichting

Overlijdensakte - 03-12-2018


https://www.openarch.nl/hga:14A2E04C-F875-4AA5-A829-1FEE76EA278E

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verslag gevangene H. de Berg - 17-03-2019

Rotterdam, 7-8-1945


 


Mijne Heren,


Door ziekte was ik helaas niet in staat u ineens te antwoorden.


Bijgaand zend ik u de ingevulde vragenlijst.


Verder nog het volgende:


Begin april '45 zijn wij gevlucht uit Watenstedt voor de Amerikanen en kwamen na ongeveer 1 week transport te Ravensbrück aan, daarna kwamen ze daar ook uit andere kampen. Eind april is 3 x een voet-transport uit Ravensbrück vertrokken. Bij het laatste transport, dat waren degenen die nog net konden lopen, was ik ook. Aangezien ik schrijver was in het Revier heb ik daar eerst de overledenen uit Watenstedt genoteerd (zie bijgaand formulier), maar ook de namen en adressen van diverse Hollanders, die ziek in Ravensbrück zijn achter gebleven. Men heeft mij verteld, dat van de +/- 300 personen, die bij ons vertrek in het kamp achterbleven, er slechts 28 in leven gebleven zijn. Er was nl. geen eten en zelfs geen water in het kamp terwijl de Russen hen eerst na 5 dagen bevrijd hebben, of dit volkomen juist is, kan ik natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Wel zullen van de door mij genoteerde namen [van] achtergeblevenen sommigen overleden zijn. Met enkelen heb ik nog gecorrespondeerd. Dit is niet steeds gemakkelijk, wanneer men in bed ligt en bovendien mijn vulpen mis, die ze mij in Neuengamme hebben afgenomen. (Mocht u een weg weten om mij een nieuwe te brengen dan houd ik mij aanbevolen).


Hier volgen de namen en adressen:


Piet J. 't Hoen / Spanjaardstr. 84 / R'dam


Leo Flappen / Blauwhuis 55 bij Sneek


Piet Hania / Rotterdamseweg 3, Rijswijk


Sibbe Pietersma / Buitenpost


Jan Borstlap  W. Wagenstr. 1 / Gorkum


C. de Korver / Havendijk 98 / Gorkum


Simon Goede / v. Beekstr. 8 / Landsmeer


Willem Brizee / Stuwstr. 206 / den Haag


Jan ...?... te Aalten (was in Amersfoort 2e kamerwacht in ?? zaal B in aug '44)  [*]


 


Betreffende Borstlap ontving ik enkele weken bericht dat hij in Zweden was.


Mocht ik U nog met een en ander van dienst kunnen zijn dan zeer gaarne.


 


Inmiddels,


 


Hoogachtend,


H. de Berg


L[ange] Hilleweg 142


R'dam


 


[*] naschrift Bob Coret: dit is hoogstwaarschijnlijk Jan Tolkamp.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen