Kars Boer

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamKars
InitialenK.
AchternaamBoer
GeslachtMan
Geboren24-09-1902 in Peize.
Overleden22-01-1945.
Plaats grafOsnabrück, Nederlands Ereveld
Aanduiding grafRij C, nr. 4

Gearresteerd doorNederlandse politie
Reden arrestatieverzet/hulp aan Joden
Gearresteerd inEelderwolde
Gearresteerd op20-07-1944

 

Neuengamme

Aangekomen op14-10-1944
Vervoermiddeltrein
Vanaf plaatsAmersfoort
Kampnummer56127

Detentiegeschiedenis

Assen (cel 33), vanaf 1944-07-21 tot 1944-08-01
Amersfoort, vanaf 1944-08-01 tot 1944-10-11

Geleden ziektes

Plaats: Versen, Groß Hesepe 26
Periode: tot 1945-01-22
 In de bewaard gebleven dodenboeken van Neuengamme (de registratie van overleden gevangenen) staan verschillende ziekten waaraan gevangenen zijn gestorven: enteritis, tuberculose, dysenterie, hartfalen, enz. Dat is verhullend. De ware doodsoorzaak zijn vrijwel altijd de abominabele omstandigheden in het kamp geweest. Bovendien zijn de gegevens volledig onbetrouwbaar. Vaak werd er in de registratie maar wat opgeschreven. (Bron: Nederlanders in Neuengamme)

Verblijf in welke kampen

Neuengamme
Meppen-Versen

Ingezonden verhalen over Kars Boer

Kars Boer geboren op 24-09-1902 en overleden op 22-01-1945 - 14-11-2016

Het gezin Boer

Kars Boer wordt op 24-09-1902 geboren als oudste zoon van veeboer en landbouwer Jan Boer en Grietje Hoenderken. Er worden nog twee zoons, en een dochter geboren.
De jonge Kars brengt de eerste jaren van zijn jeugd door in Peize en al vrij snel verhuist de familie naar Lieveren in Drenthe. In het gezin wordt het als vanzelfsprekend ervaren dat de oudste zoon het boerenbedrijf zal overnemen. Kars heeft gevoel voor techniek en is erg handig. Zo maakt hij van een oude naaimachine een decoupeerzaag en bouwt zelf een graanmalerij. Eigenlijk zou Kars veel liever timmerman zijn geworden. Zijn zus vertelt: ‘Wat zijn ogen zagen konden zijn handen maken’.
Kars vertrekt in mei 1939 naar Denemarken om de modernste boerentechnieken te bestuderen. Hij krijgt een betrekking bij de familie Larsen uit Toastrup. Hij schrijft in zijn dagboek, dat hij hier veel leert en ervaart dat de Deense bedrijfsvoering in veel opzichten anders is, dan die in Nederland.
Door oorlogsdreiging moet Kars in augustus 1939 terugkeren naar Nederland.
Hij heeft verschillende banen op landbouwbedrijven, in Laag Soeren en op de boerderij van familie van zijn moeder, de familie Hoenderken in Noordlaren. In mei 1942 vertrekt Kars naar Groningen, waar hij op een boerderij in Noorddijk werkt.

In januari 1941 ontmoet hij op 38 jarige leeftijd Anje Siegers die dan 23 lentes telt. Ze zijn ontzettend verliefd . Ondanks een onzekere toekomst besluiten ze op 03-12-1942 te trouwen. Hij, 40 jaar oud, trouwt met de 25 jarige Anje Siegers. Het paar gaat wonen in Oosterhogebrug, om in augustus 1943 te verhuizen naar Eelderwolde, toen gemeente Haren. Hun liefde wordt daar bekroond met de geboorte van hun zoon Jan Jacob op
24-12-1943. De toekomst lacht hen tegemoet. Het geluk is echter van korte duur.

Arrestatie

Kars Boer, wordt op 20-07-1944 van huis opgehaald en gearresteerd. De reden is nog altijd onduidelijk. Deze arrestatie wordt volgens zijn echtgenote Annie door agent Olijve uit Haren verricht. Kars wordt overgebracht naar het Scholtenshuis aan de Grote Markt. Hun zoon Jan Jacob is dan bijna 7 maanden.
Nadere bijzonderheden, zoals de reden van zijn arrestatie staan nergens vermeld. Hier eindigt hun gezamenlijk geluk en begint een periode van grote onzekerheid.

De zus van Kars Boer heeft ons verteld, dat Kars zou zijn opgepakt, omdat hij bij een Joodse boer in Oosterhoogebrug heeft gewerkt en naar haar zeggen, verzetswerk deed.
De heer Oomkes die destijds een groenteloop had in Eelderwolde, heeft verteld dat Kars Boer, die samen met een buurvrouw is opgepakt, aan Joden onderdak zou hebben verleend. We hebben dit nooit bevestigd gekregen. Als de persoon in kwestie niet bij een verzetsorganisatie was aangesloten is het heel lastig om informatie te krijgen.

De volgende dag wordt Kars ingesloten in het Huis van Bewaring te Assen in cel 33 op
21-07-1944. De reden van zijn insluiting staat wederom niet vermeld.
Kars heeft vanaf het begin van zijn arrestatie al een vermoeden wat hem te wachten staat, getuige één van zijn brieven die hij al in hun verkeringstijd aan “zijn lief Annie” heeft geschreven :
“Zeg Annie, wij moeten er voor zorgen dat we niet in Duitsland terecht komen. Zorg goed voor je kleren Annie, in die dagen als je er niet bent, er is geen mens te vertrouwen”.

Na zijn gevangenneming houdt Kars er terdege rekening mee, dat hij op korte termijn niet zal terugkeren. Vanuit de gevangenis in Assen schrijft hij Annie brieven. De eerste twee brieven en misschien wel de enige twee, zijn bewaard gebleven. In deze brieven geeft hij haar zoveel mogelijk adviezen over het werken in de moestuin, opdat ze daar haar voordeel mee kan doen nu hij er zelf niet is om voor hen te zorgen. Voor hem is het belangrijk dat zijn geliefde en zijn zoon deze oorlog zullen overleven. Ook schrijft hij dat Annie zich niet ongerust moet maken en niets aan de grote klok moet hangen. “Maak geen onrust of verdriet, ook niet tegen de familie”.
In Assen worden de verhoren afgenomen door Nederlandse en Duitse SD’ers. De dagelijkse leiding is in handen van de Kriminalsekretäre Mählop en Ohlhoff. Uit verklaringen die na de oorlog zijn afgelegd door medegevangenen wordt duidelijk dat in het Huis van Bewaring in Assen zware lichamelijke en psychische martelingen meer regel dan uitzondering zijn. Onzekerheid over zijn toekomst en zijn bezorgdheid over zijn gezin zullen een zware beproeving voor Kars zijn geweest.


Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort

Op 01-08-1944 wordt hij op last van “Posten Assen” (afd. Assen van de Sicherheitsdienst) ingesloten in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Zijn gevangennummer is 4087.
In dit kamp heerst een gruwelijk en wreed regime.
Als reden van insluiting staat vermeld: Generalstaatsanwalt ( is de Duitse officier van Justitie) Als woonadres staat vermeld: Eelderwolde 1c, beroep: Landbauer.

Konzentrationslager Neuengamme

Op 11-10-1944, tien weken later, wordt Kars Boer vanuit P.D. Amersfoort op transport gesteld naar Konzentrationslager Neuengamme en aldaar ingesloten onder gevangennummer : 56127. Hij maakt deel uit van hetzelfde transport, dat ook de 602 mannen die opgepakt zijn bij de razzia van Putten naar Duitsland voert.
De trein rijdt van Amersfoort via Apeldoorn, Almelo, Hengelo en Bremen naar Neuengamme, nabij Hamburg. Men komt op zaterdag 14-10-1944 in het kamp Neuengamme aan. Het kamp is overbevolkt en de leefomstandigheden zijn erbarmelijk.

De barakken zijn voorzien van stapelbedden, drie hoog. Op elke smalle brits moeten 3 gevangenen slapen: twee met het hoofd aan een kant, de derde met het hoofd aan de andere kant, tussen de voeten van de anderen. Het eten is weinig en erg slecht. ‘s Morgens surrogaatkoffie of thee, in hun soort nog van slechte kwaliteit ook. Tussen de middag stinkende waterige soep, met soms wat bietensnippers, koolraap, meel of rijst. In de laatste maanden van de oorlog moet men 5 plakjes brood delen met twee of drie personen. De sanitaire voorzieningen zijn niet op zo veel mensen berekend en onvoorstelbaar smerig. Het drinkwater is onbetrouwbaar, zeep is er niet. Velen lijden aan dysenterie.
Het bewakingsregime is streng, hard en dikwijls sadistisch. Sommige SS’ers staan bekend om hun wreedheden en het genoegen dat zij beleven aan martelen, moorden en vernederen.


Buitenkamp Meppen Versen

Op een niet bekend tijdstip is Kars vanuit Neuengamme overgebracht naar het buitencommando “Meppen Versen”, dat niet ver van de Nederlandse grens ligt, vlakbij Meppen. In dit kamp, (voor de oorlog gebouwd als strafkamp, daarna gebruikt als krijgsgevangenenkamp), worden vanaf november 1944, 3000 gevangenen uit Neuengamme ondergebracht.
Sommige buitenkampen blijken nog erger te zijn dan de hoofdkampen.
In dit buitencommando werken de gevangenen aan de Friesenwall: een verdedigingswal, opgeworpen tegen de geallieerden. Dat betekent tankvallen en loopgraven graven, waarbij de mannen regelmatig tot hun middel in het ijskoude water moeten staan, zodat men op den duur dag en nacht in natte lompen loopt. De hygiënische toestand in het kamp is erbarmelijk. Het graven van tankgrachten is een moordend werk.
Het slechte voedsel, weinig slaap, de natte lompen en de zware arbeid zorgt voor veel ziektes. De gevangenen worden zowel door hun bewakers als door hun honden bijna voortdurend geterroriseerd. Veel gevangenen bezwijken tijdens het werk.
Bij de ontruiming in maart 1945 is het kamp geheel verluisd.

Op 22-01-1945 om 2.30 uur is Kars overleden in dit buitencommando Meppen-Versen van het Konzentrationslager Neuengamme. Als doodsoorzaak staat vermeld: longontsteking. Natuurlijk tengevolge van uitputting, kou en mishandeling. Vernichtung durch Arbeit!!!


Navorsingen

Echtgenote Annie leeft maanden in onzekerheid over de verblijfplaats van Kars.
Ze laat een oproep doen bij Radio Omroep “Herrijzend Nederland” om zo zekerheid en inlichtingen over haar man te krijgen.
Op 04-09-1945 krijgt ze officieel bericht van ”Het Nederlandse Roode Kruis”,
dat haar man is overleden te Neuengamme. Hoewel hij niet daar is overleden, maar in Meppen-Versen, wordt op 11-09-1945 bevestigd dat Kars Boer is overleden. Dit meldt het Afwikkelingsbureau Concentratiekampen.
Pas in 1946 ontvangt Annie tegen betaling van 1 gulden de overlijdensakte van haar man door bemiddeling van “Het Nederlandse Rode Kruis”
In 1948 weet Annie nog steeds niet of haar man is begraven en wáár hij is begraven.
De Centrale Vermogensopsporingsdienst van het Ministerie van Financiën meldt op
04-08-1948 dat ze haar verzoek om informatie over Kars zijn gouden horloge, in handen hebben gegeven van het Nederlandse Beheersinstituut te Amsterdam.
Op 09-08-1950 ontvangt Annie een schrijven van het Ministerie van Sociale Zaken.
Ze ontvangt hierbij een envelopje met alleen de vulpen van Kars.
Kars Boer heeft eerst begraven gelegen in Meppen-Versen. Door toedoen van de Oorlogsgravenstichting is zijn stoffelijk overschot in 1954 overgebracht naar het Nederlands Ereveld op het Hegerfriedhof in Osnabrück.

Om in het levensonderhoud van zichzelf en haar zoon te voorzien, moet moeder Annie gaan werken. Het lukt haar niet een oorlogsweduwenpensioen te krijgen.
Zoon Jan Jacob herinnert zich de armoede uit zijn jeugd: “de klompen waarop ik zo veel mogelijk door de grasberm moest lopen, i.p.v. over de stoep, zodat de klompen minder hard zouden slijten. Ook herinnert hij zich de bezoeken aan zijn grootouders in Lieveren, vooral bedoeld om levensmiddelen te krijgen en dan was er vooral grote teleurstelling als er onderweg een ei kapot was gegaan. Maar ook de vernederende gang naar het gemeentehuis in Haren, waar de maatschappelijk werkster hem voorzag van “nieuwe” kleren. Zijn moeder is altijd aan het werk, zodat hij zich op straat moet vermaken tot ze thuis komt.
In 1953 hertrouwt ze. Een huwelijk om aan de armoede te ontsnappen.Onderzoek

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal door Jan Jacob Boer - 27-03-2018


Het gezin Boer

Kars Boer wordt op 24-09-1902 geboren als oudste zoon van veeboer en landbouwer Jan Boer en Grietje Hoenderken. Er worden nog twee zoons, en een dochter geboren.
De jonge Kars brengt de eerste jaren van zijn jeugd door in Peize en al vrij snel verhuist de familie naar Lieveren in Drenthe. In het gezin wordt het als vanzelfsprekend ervaren dat de oudste zoon het boerenbedrijf zal overnemen. Kars heeft gevoel voor techniek en is erg handig. Zo maakt hij van een oude naaimachine een decoupeerzaag en bouwt zelf een graanmalerij. Eigenlijk zou Kars veel liever timmerman zijn geworden. Zijn zus vertelt: ‘Wat zijn ogen zagen konden zijn handen maken’.
Kars vertrekt in mei 1939 naar Denemarken om de modernste boerentechnieken te bestuderen. Hij krijgt een betrekking bij de familie Larsen uit Toastrup. Hij schrijft in zijn dagboek, dat hij hier veel leert en ervaart dat de Deense bedrijfsvoering in veel opzichten anders is, dan die in Nederland.
Door oorlogsdreiging moet Kars in augustus 1939 terugkeren naar Nederland.
Hij heeft verschillende banen op landbouwbedrijven, in Laag Soeren en op de boerderij van familie van zijn moeder, de familie Hoenderken in Noordlaren. In mei 1942 vertrekt Kars naar Groningen, waar hij op een boerderij in Noorddijk werkt.

In januari 1941 ontmoet hij op 38 jarige leeftijd Anje Siegers die dan 23 lentes telt. Ze zijn ontzettend verliefd . Ondanks een onzekere toekomst besluiten ze op 03-12-1942 te trouwen. Hij, 40 jaar oud, trouwt met de 25 jarige Anje Siegers. Het paar gaat wonen in Oosterhogebrug, om in augustus 1943 te verhuizen naar Eelderwolde, toen gemeente Haren. Hun liefde wordt daar bekroond met de geboorte van hun zoon Jan Jacob op
24-12-1943. De toekomst lacht hen tegemoet. Het geluk is echter van korte duur.

Arrestatie

Kars Boer, wordt op 20-07-1944 van huis opgehaald en gearresteerd. De reden is nog altijd onduidelijk. Deze arrestatie wordt volgens zijn echtgenote Annie door agent Olijve uit Haren verricht. Kars wordt overgebracht naar het Scholtenshuis aan de Grote Markt. Hun zoon Jan Jacob is dan bijna 7 maanden.
Nadere bijzonderheden, zoals de reden van zijn arrestatie staan nergens vermeld. Hier eindigt hun gezamenlijk geluk en begint een periode van grote onzekerheid.

De zus van Kars Boer heeft ons verteld, dat Kars zou zijn opgepakt, omdat hij bij een Joodse boer in Oosterhoogebrug heeft gewerkt en naar haar zeggen, verzetswerk deed.
De heer Oomkes die destijds een groenteloop had in Eelderwolde, heeft verteld dat Kars Boer, die samen met een buurvrouw is opgepakt, aan Joden onderdak zou hebben verleend. We hebben dit nooit bevestigd gekregen. Als de persoon in kwestie niet bij een verzetsorganisatie was aangesloten is het heel lastig om informatie te krijgen.

De volgende dag wordt Kars ingesloten in het Huis van Bewaring te Assen in cel 33 op
21-07-1944. De reden van zijn insluiting staat wederom niet vermeld.
Kars heeft vanaf het begin van zijn arrestatie al een vermoeden wat hem te wachten staat, getuige één van zijn brieven die hij al in hun verkeringstijd aan “zijn lief Annie” heeft geschreven :
“Zeg Annie, wij moeten er voor zorgen dat we niet in Duitsland terecht komen. Zorg goed voor je kleren Annie, in die dagen als je er niet bent, er is geen mens te vertrouwen”.

Na zijn gevangenneming houdt Kars er terdege rekening mee, dat hij op korte termijn niet zal terugkeren. Vanuit de gevangenis in Assen schrijft hij Annie brieven. De eerste twee brieven en misschien wel de enige twee, zijn bewaard gebleven. In deze brieven geeft hij haar zoveel mogelijk adviezen over het werken in de moestuin, opdat ze daar haar voordeel mee kan doen nu hij er zelf niet is om voor hen te zorgen. Voor hem is het belangrijk dat zijn geliefde en zijn zoon deze oorlog zullen overleven. Ook schrijft hij dat Annie zich niet ongerust moet maken en niets aan de grote klok moet hangen. “Maak geen onrust of verdriet, ook niet tegen de familie”.
In Assen worden de verhoren afgenomen door Nederlandse en Duitse SD’ers. De dagelijkse leiding is in handen van de Kriminalsekretäre Mählop en Ohlhoff. Uit verklaringen die na de oorlog zijn afgelegd door medegevangenen wordt duidelijk dat in het Huis van Bewaring in Assen zware lichamelijke en psychische martelingen meer regel dan uitzondering zijn. Onzekerheid over zijn toekomst en zijn bezorgdheid over zijn gezin zullen een zware beproeving voor Kars zijn geweest.


Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort

Op 01-08-1944 wordt hij op last van “Posten Assen” (afd. Assen van de Sicherheitsdienst) ingesloten in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Zijn gevangennummer is 4087.
In dit kamp heerst een gruwelijk en wreed regime.
Als reden van insluiting staat vermeld: Generalstaatsanwalt ( is de Duitse officier van Justitie) Als woonadres staat vermeld: Eelderwolde 1c, beroep: Landbauer.

Konzentrationslager Neuengamme

Op 11-10-1944, tien weken later, wordt Kars Boer vanuit P.D. Amersfoort op transport gesteld naar Konzentrationslager Neuengamme en aldaar ingesloten onder gevangennummer : 56127. Hij maakt deel uit van hetzelfde transport, dat ook de 602 mannen die opgepakt zijn bij de razzia van Putten naar Duitsland voert.
De trein rijdt van Amersfoort via Apeldoorn, Almelo, Hengelo en Bremen naar Neuengamme, nabij Hamburg. Men komt op zaterdag 14-10-1944 in het kamp Neuengamme aan. Het kamp is overbevolkt en de leefomstandigheden zijn erbarmelijk.

De barakken zijn voorzien van stapelbedden, drie hoog. Op elke smalle brits moeten 3 gevangenen slapen: twee met het hoofd aan een kant, de derde met het hoofd aan de andere kant, tussen de voeten van de anderen. Het eten is weinig en erg slecht. ‘s Morgens surrogaatkoffie of thee, in hun soort nog van slechte kwaliteit ook. Tussen de middag stinkende waterige soep, met soms wat bietensnippers, koolraap, meel of rijst. In de laatste maanden van de oorlog moet men 5 plakjes brood delen met twee of drie personen. De sanitaire voorzieningen zijn niet op zo veel mensen berekend en onvoorstelbaar smerig. Het drinkwater is onbetrouwbaar, zeep is er niet. Velen lijden aan dysenterie.
Het bewakingsregime is streng, hard en dikwijls sadistisch. Sommige SS’ers staan bekend om hun wreedheden en het genoegen dat zij beleven aan martelen, moorden en vernederen.


Buitenkamp Meppen Versen

Op een niet bekend tijdstip is Kars vanuit Neuengamme overgebracht naar het buitencommando “Meppen Versen”, dat niet ver van de Nederlandse grens ligt, vlakbij Meppen. In dit kamp, (voor de oorlog gebouwd als strafkamp, daarna gebruikt als krijgsgevangenenkamp), worden vanaf november 1944, 3000 gevangenen uit Neuengamme ondergebracht.
Sommige buitenkampen blijken nog erger te zijn dan de hoofdkampen.
In dit buitencommando werken de gevangenen aan de Friesenwall: een verdedigingswal, opgeworpen tegen de geallieerden. Dat betekent tankvallen en loopgraven graven, waarbij de mannen regelmatig tot hun middel in het ijskoude water moeten staan, zodat men op den duur dag en nacht in natte lompen loopt. De hygiënische toestand in het kamp is erbarmelijk. Het graven van tankgrachten is een moordend werk.
Het slechte voedsel, weinig slaap, de natte lompen en de zware arbeid zorgt voor veel ziektes. De gevangenen worden zowel door hun bewakers als door hun honden bijna voortdurend geterroriseerd. Veel gevangenen bezwijken tijdens het werk.
Bij de ontruiming in maart 1945 is het kamp geheel verluisd.

Op 22-01-1945 om 2.30 uur is Kars overleden in dit buitencommando Meppen-Versen van het Konzentrationslager Neuengamme. Als doodsoorzaak staat vermeld: longontsteking. Natuurlijk tengevolge van uitputting, kou en mishandeling. Vernichtung durch Arbeit!!!


Navorsingen

Echtgenote Annie leeft maanden in onzekerheid over de verblijfplaats van Kars.
Ze laat een oproep doen bij Radio Omroep “Herrijzend Nederland” om zo zekerheid en inlichtingen over haar man te krijgen.
Op 04-09-1945 krijgt ze officieel bericht van ”Het Nederlandse Roode Kruis”,
dat haar man is overleden te Neuengamme. Hoewel hij niet daar is overleden, maar in Meppen-Versen, wordt op 11-09-1945 bevestigd dat Kars Boer is overleden. Dit meldt het Afwikkelingsbureau Concentratiekampen.
Pas in 1946 ontvangt Annie tegen betaling van 1 gulden de overlijdensakte van haar man door bemiddeling van “Het Nederlandse Rode Kruis”
In 1948 weet Annie nog steeds niet of haar man is begraven en wáár hij is begraven.
De Centrale Vermogensopsporingsdienst van het Ministerie van Financiën meldt op
04-08-1948 dat ze haar verzoek om informatie over Kars zijn gouden horloge, in handen hebben gegeven van het Nederlandse Beheersinstituut te Amsterdam.
Op 09-08-1950 ontvangt Annie een schrijven van het Ministerie van Sociale Zaken.
Ze ontvangt hierbij een envelopje met alleen de vulpen van Kars.
Kars Boer heeft eerst begraven gelegen in Meppen-Versen. Door toedoen van de Oorlogsgravenstichting is zijn stoffelijk overschot in 1954 overgebracht naar het Nederlands Ereveld op het Hegerfriedhof in Osnabrück.

Om in het levensonderhoud van zichzelf en haar zoon te voorzien, moet moeder Annie gaan werken. Het lukt haar niet een oorlogsweduwenpensioen te krijgen.
Zoon Jan Jacob herinnert zich de armoede uit zijn jeugd: “de klompen waarop ik zo veel mogelijk door de grasberm moest lopen, i.p.v. over de stoep, zodat de klompen minder hard zouden slijten. Ook herinnert hij zich de bezoeken aan zijn grootouders in Lieveren, vooral bedoeld om levensmiddelen te krijgen en dan was er vooral grote teleurstelling als er onderweg een ei kapot was gegaan. Maar ook de vernederende gang naar het gemeentehuis in Haren, waar de maatschappelijk werkster hem voorzag van “nieuwe” kleren. Zijn moeder is altijd aan het werk, zodat hij zich op straat moet vermaken tot ze thuis komt.
In 1953 hertrouwt ze. Een huwelijk om aan de armoede te ontsnappen.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen