Leentinus Berends

Powered by vir2biz

Persoonsgegevens

VoornaamLeentinus
InitialenL.
AchternaamBerends
GeslachtMan
Geboren16-12-1922 in Haren.
Overleden16-03-1945 in Neuengamme.


 

Verblijf in welke kampen

Neuengamme, hoofdkamp
Periode: 1945-03-16, tot deze datum, †

Literatuur

Gedenkboeken OGS
boek 34

Ingezonden verhalen over Leentinus Berends

Verhaal door Wil Legemaat - 27-04-2019

Leentinus Berends werd op 16 november 1922 geboren in Onnen (onderdeel van de gemeente Haren). Zijn ouders woonden later in Glimmen aan de Oude Boerenweg 17, destijds geadresseerd Glimmen 6, vlakbij de spoorlijn. Tinus, zoals hij genoemd werd, was een rustige, aardige jongen. Hij had twee oudere broers en een jongere zus. Tinus wilde bakker worden en ging in de leer bij bakker Reinder Jan van der Ploeg in Onnen. Op 15 november 1939 verhuisde hij naar Onnen en ging inwonen bij zijn werkgever en leermeester Van der Ploeg aan de Dorpsweg 21 te Onnen, destijds Onnen 104.

Tinus en zijn achterneef, bakkerszoon Folkert Berends uit Glimmen – hun vaders waren neven - werden in de zomer van 1943 opgeroepen voor de arbeidsdienst. Zij besloten samen onder te duiken en vonden onderdak op de boerderij van de familie Eisses in Schoonlo, familie van Folkert. Het beviel de jongens daar goed. Tinus schreef vanaf zijn onderduikadres drie brieven naar huis, waarin hij belangstellend informeerde naar de gezondheid van zijn familieleden en naar de welstand van het vee. In Schoonoord was het regelmatig spannend, met Grüne Polizei en overvalwagens. Tinus en Folkert moesten nachten achtereen buiten slapen en durfden ook niet naar de kerk. In de winter heerste er difterie op het onderduikadres; er stierf zelfs een kind. Tinus en Folkert hadden keelontsteking en moesten de dokter laten komen. Maar voor het overige stelde Tinus zijn familie gerust en toonde hij zich optimistisch over het verloop van de oorlog.

In het weekeinde van 12 tot 14 mei 1944 wilden Tinus en Folkert graag naar huis, want een oom en tante van Tinus waren vijftig jaar getrouwd. Tinus was goed bevriend met hun zoon en wilde het feest graag bijwonen. Nauwelijks op weg naar huis werden Tinus en Folkert, op vrijdag 12 mei 1944, in Oude Molen gewaarschuwd door een voorbijganger. Verderop stonden landwachten. De jongens keerden om, maar een paar honderd meter verder bracht een andere passant dezelfde boodschap: ga terug, er staan landwachten. Tinus en Folkert zaten er tussenin. Om te ontsnappen sloegen ze een zijpad in, maar daar liepen ze recht in de armen van… landwachten. De twee jongens werden gearresteerd en op zaterdag 13 mei naar het huis van bewaring in Assen gebracht.
De volgende dag kreeg de familie in Glimmen bericht. De vader van Tinus ging enkele dagen later naar het huis van bewaring in Assen in de hoop zijn zoon te kunnen spreken. Maar daar was Tinus niet meer. Hij bleek op 18 mei 1944 te zijn overgebracht naar kamp Amersfoort.

Vanuit kamp Amersfoort schreef Tinus drie brieven naar zijn ouders. Die brieven stelden zijn ouders een beetje gerust. Ze moesten zich geen zorgen maken, schreef Tinus. Hij toonde belangstelling voor het wel en wee van de familie en snakte naar sigaretten.

Op 8 september 1944 werd Tinus op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme.
In Neuengamme kreeg hij het gevangen nummer 48930. Na een paar weken werd Tinus overgeplaatst naar het buitenkamp Husum en later weer teruggebracht naar Neuengamme, vermoedelijk omdat hij niet meer in staat was te werken. In Neuengamme werd Tinus op 24 november 1944 opgenomen in de ziekenbarak, zwaar ondervoed, met diarree en bevroren voeten. Tinus Berends is in Neuengamme overleden. In het kamp is zijn overlijden geregistreerd op 16 maart 1945. Getuigen meenden echter hem veertien dagen voor de ontruiming van Neuengamme (19 april) nog in leven te hebben gezien.

Uit Neuengamme kwamen geen brieven meer naar Glimmen. De familie verkeerde in grote onzekerheid. Na de bevrijding kwamen verscheidene jongens terug uit de onderduik en uit kampen. Heerke Berends, de oudste broer van Tinus, herinnert zich hoe zijn moeder wachtte en uitkeek. Elke avond voor het donker werd, liep zij nog een keer naar buiten om de weg af te turen richting viaduct, om te zien of Tinus eraan kwam.

Eind augustus 1945 kwam er een brief, geschreven door een medegevangene die samen met Tinus de reis van Amersfoort naar Neuengamme had gemaakt en die ook in Husum tewerkgesteld was geweest. Hij was inmiddels thuis gekomen. Hij schreef dat hij Tinus in de ziekenbarak had gezien met kapotte handen en voeten en diarree. Na 4 december had hij Tinus echter niet meer gezien.
Drie weken later kwam er nog een brief van een andere medegevangene. Die maakte melding van bevroren voeten. ‘Hij was mager en ondervoed, dat waren wij allemaal maar daar werd niets aan gedaan want er waren geen geneesmiddelen. Met bevroren voeten kon hij niet lopen, zijn gezondheidstoestand was goed hij was gewoon en praatte nooit over huis het eten was slecht en beiden voeten waren stuk.’
De familie Berends zette nog een advertentie in de hoop meer informatie over Tinus te krijgen. Maar er kwamen geen reacties.

Uiteindelijk bracht het Rode Kruis het bericht van Tinus’ dood ruim een jaar na de bevrijding, op 20 juli 1946.
Leentinus Berends is 22 jaar geworden.

Zijn achterneef Folkert Berends had meer geluk dan Tinus. Hij werd naar een ander concentratiekamp gebracht: ongetwijfeld een kwestie van willekeur. Na enige tijd werd Folkert tewerkgesteld bij een bakker in Hannover. Daar was het leven minder slecht dan in een concentratiekamp. Na de bevrijding werd Folkert in een open trein teruggebracht naar Nederland.


Bron: 'Van kwaad tot onvoorstelbaar erger', auteur Wil Legemaat, Harener Historische Reeks, 2010

Bron: Oorlogsgravenstichting

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen